|
Hebben die van Retie ook een bijnaam?
De Retiese Kortoor
|
|
Zeker, en wat voor een!
Op de lijst der spotnamen van steden en gemeenten worden de Retienaren
vermeld als 'kortoren'.
Eertijds was het in het graafschap Vlaanderen en in het hertogdom Brabant
(waartoe Retie behoorde) gebruikelijk het oor af te snijden of in te
korten
van degenen die een tweede maal voor diefstal veroordeeld werden.
Hiernaast:
Bronzen beeld van Gerd Vercaigne 'De Retiese Kortoor',
bij de ingang van de oude pastorie.
|
De Klein Hoef en kasteel du Four
Van de eenendertig dorpsheren die Retie ooit telde, verbleef alleen
Anthonis van Marcke de Lummen in de jaren 1760-1770
'met ter woonst' te Retie en wel op de Klein Hoef, gelegen langs de
weg naar Kasterlee (nu taverne De Kleyn Hoef).
In 1779 verkocht van Marcke de heerlijkheid aan graaf Jozef de Pestre.
In 1794 maakte de Franse revolutie onder het motto 'Gelijkheid,
Broederlijkheid en Vrijheid' een einde aan de heerlijkheid Retie.
De Kleyn Hoef verschafte groente en fruit, melk en vlees aan de
kasteelbewoners.
|
|
De Kleyn Hoef
|
Kasteel du Four
|
|
In 1906 bouwde baron Francois du Four, eigenaar van de fabrieken Brepols in
Turnhout, op de omliggende gronden van de Klein Hoef een kasteel en een
stoeterij van Engelse Volbloeden, Haras de Rethy genaamd.
De stallen van de vroegere stoeterij werden na de verkoping van het Domein
du Four in 1948 gerenoveerd en vormden het eerste stadium van het sociaal
vakantiecentrum De Linde.
Momenteel wordt de Linde uitgebaat als vakantie-, vergader- en
feestcentrum.
Op het feest van Sint-Hubertus (3 november), de opening van het
jachtseizoen, zegende de pastoor aan de nabij gelegen eeuwenoude
Sint-Pieterskapel de paarden en de meute honden van de jachtvereniging
Rallye Campine.
|
De Sint-Pieterskapel
De Sint-Pieterskapel
|
|
Mogelijk was de Sint-Pieterskapel de eerste
parochiekerk van Retie.
(gesticht door de abdij van Corbie in Picardi - Noord-Frankrijk)
De kapel was vroeger een bedevaartsoord tegen kinkhoest.
In 1889 brandde ze grotendeels af, zodat nu alleen nog het koorgedeelte
overblijft.
|
Is Retie ook niet een beetje 'Koninklijk'?
Iedere rechtgeaarde Belg weet toch van ene 'Prinses van
Retie'.
Inderdaad, in 1853 kocht Leopold I 398 ha heidegronden aan op de Retiese
Aard, tussen Retie en Geel.
Later kwamen daar nog ruim 600 ha bij, gelegen tussen de Turnhoutse vaart en
het afwateringskanaaltje de Gracht, richting Mol-Postel.
In 1857 kocht prins Filip, graaf van Vlaanderen, nog ruim 1400 ha
heidegronden aan van de Meulenare in Postel.
Datzelfde jaar kwam de prins naar Retie om zijn
'koninklijk domein' te bezichtigen.
Wellicht heeft hij toen de toezegging gedaan aan de Retiese kerkfabriek om
drie glas-in-lood-ramen te laten plaatsen in het koor van de
Sint-Martinuskerk.
|
Zicht in het Prinsenpark
|
|
De kinderen van Leopold I (Leopold, later Leopold II, Filip, graaf van
Vlaanderen, en Charlotte, kwamen meer dan eens met vakantie op het
ondertussen verdwenen Boesdijkhof, een herenhuis met lusttuin.
Ook prinses Josphine-Charlotte, dochter van Leopold III, verbleef soms op
de Koningshoeve op Ten Aard.
Koning Albert en koningin Elisabeth (en ook Leopold III) reisden vaak
incognito onder de namen Graaf en Gravin van Retie.
Omdat de tweede echtgenote van Leopold III, de niet adellijke Lilian
Baels, dochter van de gouverneur van West-Vlaanderen, geen koningin kon
zijn, schonk Leopold III haar eind 1941 de titel Prinses van Retie.
De families Van Gansewinkel en Van Elst waren gedurende een eeuw
beheerders van het Koninklijk Domein, waarvan nu het provinciaal
recreatiedomein het Prinsenpark (200 ha) langs de weg naar Geel en het
natuurgebied de Graaf langs de weg naar Postel nog restanten zijn.
|
Het dorpscentrum
In het dorpscentrum vallen onmiddellijk de lindenboom, de
Sint-Martinuskerk en het gemeentehuis op.
De eeuwenoude linde
|
|
De oudste vermelding van de lindeboom in de archiefstukken dateert van
1652.
De Retiese dorpslinde was oorspronkelijk gerechtslinde.
Het was de plaats waar de schepenbank zetelde en het jaargeding
plaatsvond.
De schepenbank vergaderde onder de breedgetakte linde en sprak er recht
onder de blote hemel en bij klimmende zonne.
Het jaargeding was een soort algemene en openbare vergadering waarin alle
burgerlijke en kerkelijke bestuurders de problemen van het dorp bespraken.
|
Voor de kerk prijkt het grafmonument van de dichter
Lodewijk De Koninck, vertegenwoordiger van Retiese schrijvers als
Aloïs Mathé en Frans Verachtert, Jozef De Voght en heemkundige Edward
Sneyers.
|
|
Grafmonument Lodewijk De
Koninck
|
De Sint-Martinuskerk
|
|
De neogotische Sint-Martinuskerk dateert van
1872 (architect Pieter-Jozef Taeymans), de onderbouw van de zestig meter
hoge toren is in 15de -eeuwse baksteengotiek.
Het interieur bevat twee mooie biechtstoelen en een doksaal afkomstig van
de priorij van Corsendonk (Oud-Turnhout).
Meer info over de Sint-Martinuskerk ...
|
|
Het gemeentehuis uit 1898 is opgetrokken in de
typische neogotische stijl van architekt Pierre Langerock uit Leuven die
o. m. ook het Kasteel du Four bouwde.
|
|
Het gemeentehuis
|
Onze-Lieve-Vrouw ter Sneeuw
Tot het bouwkundig patrimonium van Retie behoort ook de kapel van
Onze-Lieve-Vrouw ter Sneeuw te Werbeek.
Prelaat Augustinus Wichmans van Tongerlo, heer van Werbeek, bouwde ze in
1665 (Werbeek en Hodonk behoorden tot in 1820 tot de bezittingen van de
abdij van Tongerlo).
Aanleiding tot de bouw van de kapel was de wonderlijke bescherming van de
marskramer Willem Verreyt door de Moeder Gods.
In 1645 werd hij aangevallen door twee soldaten op de heide tussen
Ulekoten en Chaam.
Het houten Mariabeeldje dat hij onderweg in de
sneeuw gevonden had, beschermde hem op wonderbare wijze tegen zijn
belagers.
Uit dankbaarheid plaatste hij het in Werbeek in een houten stronk.
Reeds in 1661 kwamen de inwoners van Eersel op
bedevaart naar het miraculeuze beeld.
Met de jaren sloten ook de pelgrims van Veldhoven zich bij hen aan.
Deze jaarlijkse traditie zet zich voort tot op onze dagen.
Ook de Retienaren trokken in het verleden bij grote droogte en andere
plagen naar Werbeek.
Op de vier glasramen van de kapel vertelt glazenier Jan Huet de legende
van Onze-Lieve-Vrouw ter Sneeuw.
|
|
Kapel Onze-Lieve-Vrouw ter
Sneeuw
|
De Passtraat
De oude pastorie
|
|
In de Passtraat staat de oude pastorie, gebouwd
door prelaat Jakobus Crils van de abdij van
Tongerlo.
Tot aan de Franse revolutie verzorgden de norbertijnen, de witheren van
Tongerlo, de eredienst in de Sint-Martinuskerk.
Momenteel zijn in de oude pastorie de politiediensten, onze heemkundige
kring, het jeugdatelier en de drumband Euphonia ondergebracht.
De pas gerestaureerde rechtervleugel is nu een polyvalente zaal voor de
Retiese verenigingen.
Lees hier meer over de oude pastorie.
|
In de Passtraat staat ook De Ploeg, de oudste
herberg van Retie.
De dichter Jan Van Nijlen bezong ze in 'De Oude
kroeg':
|
|
De Ploeg
|
|
De Oude kroeg |
|
|
Ik houd zozeer van die verlaten kroegen
buiten de stad in het namiddaguur,
men droomt er rustig, wachtend op den vroegen
schemeravond, naast een gezellig vuur.
vSedert een eeuw misschien ligt hier wit zand
op de geschuurde en uitgesleten planken.
Alles is oud, de stoelen en de blanke
tafels. Dit is een huis, een vaderland.
|
'k Zie door het raam een tuin die druipt van regen,
de winterlucht is mistig, grijs en geel,
en alles wat ik lijdzaam heb verzwegen
dringt plots in kroppend snikken naar mijn keel.
En toch ben ik gelukkig, want nooit kende
mijn jeugd den vrede die ik nu gevoel;
'k weet mij nu nader bij mijn menslijk doel:
de dood, maar zonder 't masker der ellende.
|
(Jan van Nijlen 1884-1965.
Uit: Verzamelde Gedichten 1903-1964 Van Oorschot, Amsterdam)
|
|
|
|
|
Agrarisch verleden
De watermolen
|
|
Het agrarisch verleden van Retie weerspiegelt zich in twee (van de zeven) nog bestaande graanmolens.
In het gehucht Watermolen draait op de Witte Nete de stenen
watermolen met het bakstenen molenhuis uit 1765.
De schilderachtige omgeving is de startplaats voor kanotochten op de Witte
en de Kleine Nete.
|
In het gehucht Berg (Kronkelstraat) staat de houten windmolen
De Heerser.
Deze standaardmolen met gesloten voet uit 1794 werd in 1934 vanuit
Arendonk overgebracht naar Retie.
Bij het molenaarshuis staat een verzameling miniatuurmolens.
|
|
De Heerser
|
Beide molens zijn nog steeds maalvaardig. Op geregelde
tijden worden ze opengesteld voor het publiek.
Schoonbroek
Zeer merkwaardig is het laatgotische retabel in
de kerk van Schoonbroek.
Het was een van de blikvangers op de tentoonstelling van retabels in de
kathedraal van Antwerpen in 1993.
Het wordt toegeschreven aan de Antwerpse school en vertelt het leven van
de bijbelse man Job.
Bij de fusie van gemeenten in 1977 ging het gehucht Schoonbroek over van
Oud-Turnhout naar Retie.
|
|
Laatgotische retabel in de kerk van Schoonbroek
|
Folkorefeesten
Retie is vrij rijk aan folkorefeesten.
Op de laatste zondag van september vieren de kinderen 'krikkrak'.
Na zonsondergang trekken ze zingend door de straten met verlichte lampions
en uitgeholde bieten.
Ze verzamelen voor het gemeentehuis. 'Krikkrak,
joelala, joelala, krikkrak, en overal '.
Heel wat volwassenen komen hen daarbij aanmoedigen.
Na het krikkrakfeest begint de jeugd hout bijeen te garen voor de
Sint-Maartenvuren, want het feest van Sint-Martinus (11 november),
patroonheilige van de parochie, moet natuurlijk gevierd worden.
Reeds in de vroege morgen trekken de kinderen van deur tot deur om, in
ruil voor snoep en cent, het 'Sinte-Mèttenliedje' af te dreunen.
'Vandoag is 't Sinte-Mètten en
mèrregen is 't de kruk, '.
Bij valavond worden in alle wijken en gehuchten de Sint-Maartenvuren
ontstoken.
Bij het laaiend vuur worden gratis pannenkoeken bedeeld, want deelde ook
Martinus als Romeins soldaat niet zijn mantel met een verkleumde bedelaar
bij de stadspoorten van Amiens?
's Anderendaags stoken de kinderen 'de kruk', de laatste restjes hout die
nog niet helemaal opgebrand zijn.
Van oudsher wordt in het gehucht Schoonbroek het feest van Sint-Gregorius
(12 maart) gevierd.
De jeugd gaat dan 'goriën'.
Met een veelkleurige papieren hoed op, versierd met bloemen en slingers,
gaan de kinderen van deur tot deur en zingen ze 'Goriën,
goriën, gee-goa, hédde gn kinnekes die meegoan, '.
Met goriënhorens, grote koehorens, die van vader op zoon worden
doorgegeven, kondigen de zangers hun komst aan.
Omdat ze aan de deuren eieren en geld krijgen, dragen de kinderen
versierde wissen mandjes mee, met op de bodem een laag hooi en een beurs
voor het geld.
Tegen 16 uur komen ze terug bijeen aan de school en verdelen de buit.
Vroeger was ook het Driekoningenzingen erg in
trek.
In de late namiddag trokken de kinderen rond, 's avonds de volwassenen
verkleed als 'koningen'.
Na het zingen van het Driekoningenlied moesten de huisbewoners raden met
wie ze te doen hadden.
Pas als de identiteit van de zangers bekend was, werd er wat in de beurs
gestopt.
Wellicht heeft het onveiligheidsgevoel van de laatste decennia dit gebruik
erg doen teruglopen.
Een folklorefeest van ander allure met volkszang
en -dans en buitenlandse deelname heeft ieder jaar plaats op 15 augustus
in het gemeentepark Het Schijf.
De dag opent in voormiddag met een eucharistieviering in openlucht.
|
Fietsen - wandelen - ontspanning
Dat vakantiegangers, wandelaars en fietsers ruim aan hun trekken komen in
Retie, de groene gemeente bij uitstek, is
evident.
Momenteel zijn er een zestal bewijzerde wandel- en fietspaden.
|
Wandelpaden:
Beverdonkse Heide (8 km)
Looiendse bossen (7 km)
Sint-Jobwandeling (9 km)
De spreukenroute (4 km)
Het Warme-Netepad (5 km)
Dorpswandeling (4 km)
Fietsroutes:
Prinsenroute (48 km)
Corsendonckroute (53 km)
Vaartketsersroute (40 km)
Miel Ottenroute (40 km)
Kapellenroute (25 en 28 km)
|
|
Ontspanning in de mooie
natuur
|
Naast de huifkartochten langs de mooiste plekjes
van het dorp, en de kanotochten op de Kleine Nete
naar Kasterlee en zelfs Grobbendonk, zijn er de
boottochten op de Kempense kanalen met de 'Zander'.
En wie van watersport houdt kan terecht in het
Berkenstrand op het gehucht Brand of in de nabijgelegen
watersportcentra als het Campinastrand (Dessel)
of het Familiestrand (Postel).
Terecht wordt Retie in heel wat toeristische informatie aanbevolen als
een 'must' voor natuurliefhebbers.
De 33 dorpsbewoners boven negentig jaar zijn er
het levend bewijs van.
En dat het er goed leven is, vraagt men best aan Marc
Dex en zijn broer, 'Juul Kabas'.
|
Zo horen wij het graag !!
Tot slot een 'aanbeveling' van folklorist Jozef Cornelissen:
| | | |
'Ofschoon de Retienaren de niet benijdenswaardige naam van Kortoren
dragen,
belet dit niet dat hun dorp geboekt staat als uitmuntend in vele
opzichten.'
Zoo leeft in de Kempen de schoone spreuk:
Er is maar één Retie! En dat is verdiend.
Want de inwoners munten uit in 't beleggen en uitvoeren van alle werken,
vooral als er spraak is van feestelijkheden in te richten.
| | | | |
|
| |