| |||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderstaande tekst is hoofdzakelijk
gebaseerd op het gemeente- en kerkarchief
Een 'bedderen' kerk
Op de octaafdag van het feest van Sint-Maarten in de winter van het jaar
1264 schenken Wilhelmus, deken van het kapittel van de Sint-Martinuskerk te
Luik, en het kapittel de landgoederen die de Luikse kerk
'sinds onheuglijke tijden' in de 'villa de Rethy' bezat, aan de
abdij van Tongerlo voor de som van 19 pond Leuvens, elk jaar te Luik te
betalen, de ene helft op O.L.V.-Lichtmis (2 februari), de andere op Sint-Jan
Geboorte (24 juni).Onze kerk was toen waarschijnlijk, zoals op vele plaatsen, een 'bedderen' (gemaakt van planken) kerk. Adriaan Heylen schrijft in Historische verhandeling over de Kempen (1837) dat een kapel of kleine bidplaats het begin van de meeste onzer kerken is: de priester droeg de mis op in de kapel, het volk stond buiten. Mettertijd bouwde men voor de kapel een strooien afdak, een soort schuur, om de misgangers te beschutten bij regen of guur weer. Uit een proces dat in 1769 door de kerkmeesters werd aangespannen tegen de tiendheffers van het dorp (de dorpsheer, de abdis van Rozendaal en de prelaat van Tongerlo) omdat zij weigerden hun aandeel in de herstellingswerken van dak en toren te betalen, zou kunnen worden afgeleid dat ook in Retie dergelijke kleine kapel het begin van de kerk is geweest. Later kan ze uitgebouwd zijn tot toren en spits. Advocaat Lindemans, pleitend voor de abdis van Rozendaal, merkt in dat proces op 'dat den thoren van de geseyde kercke op syn selven staet ende gemaeckt is sonder de kercke, denwelcken soo in zyn steenwerck als naelde van eene extraordinaire dickte ende hoogte is'. Daarom wil hij wel bijdragen in de reparatie van het dak maar niet in die van de toren want die hoort niet bij de kerk. Waarop advocaat Adriani, voor de kerkmeesters van de Sint-Martinuskerk, repliceert dat 'het onderste deel van den thoren, als wesende concaef (holrond), deel van de kercke maeckt'. Een stenen kerk
Voor 1461 moet er reeds een stenen kerkgebouw geweest zijn.
In de kerkmeestersrekeningen van dat jaar zijn er aantekeningen over herstellingen aan het dak, de sacristie, het Maria-altaar en het koor. In 1640 worden er 3050 stenen verwerkt aan de kerk en in 1648 worden in Maastricht tienduizend schalies gehaald. Het hele dak wordt vernieuwd in 1731. Toch klagen de kerkmeesters in 1769 de erbarmelijke staat van de kerk aan: 'De kerk van Retie, wier altaren bijna gans naakt zijn, heeft een stukgebroken vloer en een welfsel dat dreigt in te storten; ze is zo weinig voorzien van sieraden dat zij eerder het uitzicht van een schuur heeft dan van een tempel Gods; zij is veruit de lelijkste van de omliggende dorpen in het Kempenland en is daarbij ook te klein voor het groot aantal inwoners.' In 1774 wordt daar wat aan gedaan. De kerk wordt niet vergroot (lengte 32 m, breedte 13 m, dwarsbeuk 29,60 m) maar er worden 5700 stenen verwerkt en timmerlui werken er drie maanden. Uitgebreide herstellingswerken (1818)
Tussen april en juli 1818 worden herstellingswerken aan de Sint-Martinuskerk
uitgevoerd.
De kerkmeestersrekeningen vermelden de aankoop van grote hoeveelheden stenen, schalies, lood, zavel, kalk en andere materialen. In het bijzonder aan de toren wordt veel tijd besteed. De schalies worden vernieuwd en de centrale torenstijl, de 'priemsteyl', wordt onder handen genomen. Het interieur wordt gewit - men laat speciaal 'twee eemers maeken voor te witten' -en een aantal beelden wordt geverfd, met name 'het belt van sinte antonius van siente sebastiaen van siente nicolaes van sinte severius van sinte ambrosius van siente barbera'. Ook het beeld van 'siente ioseph' wordt in het lijstje opgenomen maar met de vermelding 'niet betaelt'. Voldeed dat werkje niet of gold toen ook de slogan 'vijf betalen, één gratis'? Het 'schueren en kuissen in de kerk', waarvoor een 'half dosijn bessems' worden aangekocht, brengt de finishing touch. De kerkmeesters zorgen voor een feestelijk slot. Zij betalen 'negen potten bier van het gelukwensen van het krijs op den toren te setten'.
Een nieuwe kerk (1868-1872)
Tijdens de bouwwerken worden de klokken niet geluid om de alleenstaande
toren niet te schaden.
Een noodkerk wordt opgericht op het terrein voor de pastorie. Het is een houten gebouw van 40 m lang met achttien vensters en drie deuren. In de loop van 1872 komt de nieuwe kerk gereed: een mooi en ruim gebouw met drie beuken, in ogivale stijl en in de vorm van een Latijns kruis. Een gedenksteen in de voorgevel van de kerk, vlak naast de toren, herinnert daaraan. Het inschrift luidt: De gouverneur Ridder Pyck/ de Burgemeester L. Van den Eynde/ H. Pastoor A.F. Verbist/ de bouwmeester J. Taeymans/ MDCCCXII. Of er oorspronkelijk een kruistorentje op de Sint-Martinuskerk was, zoals te zien is op het in 1899 door Frans Van Leemputten geschilderde dorpszicht van Retie, is niet duidelijk. Pas negen jaar later, op 26 september 1881, wordt de nieuwe kerk plechtig ingewijd door Mgr. Van den Branden de Reeth, hulpbisschop van kardinaal Descamps. De toren vernieuwd
Zijdeuren en interieurvernieuwing (1963-1970)
Restauratie gevels en brandglasramen (1992-1998)
In de begroting van de kerkfabriek voor het jaar 1954 wordt de wens
uitgedrukt niet alleen de ingangsdeuren bij te plaatsen maar ook de kerk in
te voegen.
Meer dan 30 jaar later, nl. in zijn nieuwjaarstoespraak op 4 januari 1988, heeft burgemeester Adriaensen het over 'een zeer duidelijk te omschrijven plaatselijk en materieel probleem: de toestand van vooral het buitenmetselwerk en voegwerk en van de toren van onze Sint-Martinuskerk Zowel schepencollege als kerkfabriek hebben daar al enkele besprekingen aan gewijd'. De burgemeester is van mening 'dat nader onderzoek en voorbereidende administratieve en technische werkzaamheden niet lang meer op zich kunnen laten wachten'. Wanneer de burgemeester begin 1993 het 'Project Retie 2000' lanceert, maakt de buitenrestauratie van de Sint-Martinuskerk daarvan deel uit. De principiële beslissing om 'ingrijpende onderhouds- en herstellingswerken aan gevels en glasramen van de kerk te laten uitvoeren teneinde de instandhouding en openbare veiligheid' te garanderen, wordt op 29 oktober 1992 door de gemeenteraad genomen. Tevens wordt ingegaan op het verzoek van de kerkfabriek om het gemeentebestuur als bouwheer te laten optreden. De kerkfabriek van haar kant had op 13 oktober 1992 een jaarlijkse tussenkomst van ongeveer 250.000 fr. toegezegd. In de loop van 1997 zal de kerkfabriek definitief beslissen om gespreid over tien jaar voor vier miljoen bij te dragen in de kosten. Het schepencollege stelt op 23 maart 1993 het architectenbureel P. Gevers uit Kasterlee aan als ontwerper. Hij werkt twee dossiers uit. Een voor de restauratie van de toren, daken en gevels: geraamde kostprijs 22.784.499 frank; een ander voor de restauratie van de brandglasramen: geraamde kostprijs 14.940.901 frank. De ontwerpen worden op 3 februari 1994 door de gemeenteraad goedgekeurd. Reeds op 24 oktober 1994 keurt de Vlaamse minister van Openbare Werken het dossier gevelrestauratie goed en stelt het subsidiebedrag vast op 7.313.000 frank. De minister van Justitie verleent machtiging tot aanbesteding. Zo vlot verloopt het niet met de brandglasramen. Pas op 20 september 1995 wordt het dossier door de hogere overheid goedgekeurd. De tussenkomst van het Vlaams gewest wordt bepaald op 4.796.000 frank. Nadat in maart beide dossiers nog worden aangepast, heeft op 27 oktober 1995 de aanbesteding plaats. De gevel-, dak- en torenrestauratie kan op 19 december 1995 toegewezen worden aan de firma Borgmans van Vosselaar voor de prijs van 22.617.913 frank. Het herstellen van de brandglasramen is voor Mortelmans Glaswerken van Wilrijk voor 16.597.199 frank. Als dan ook nog met het koninklijk besluit van 27 maart 1996 machtiging gegeven wordt voor uitvoering van de werken, kan het schepencollege opdracht geven de werken te starten op 16 september 1996. In 200 werkdagen moeten de aannemers de torenspits tot de haan en het kruis toe en de daken grondig herstellen, beschadigd steenwerk vervangen, gevels invoegen en... tot 101 onvoorziene moeilijkheden oplossen. De ramen worden hersteld, voorzetbeglazing wordt aangebracht, de brandglasramen worden in het Wilrijkse atelier gerestaureerd. Het resultaat mag er zijn. Nu, nog veel duidelijker dan vroeger, blijkt welk harmonisch voorbeeld van neogotische bouwstijl de Retiese Sint-Martinuskerk is.
| |||||||||||||||||||||||||||||