Even voorstellen... Theo Alofs

Theo Alofs, of de kunst en de kennis van metalen...


Theo Alofs aan het werk

Mijn eerste ontmoeting met Theo - al zal hij zich dat vast niet meer herinneren - was in het openluchtmuseum in Bokrijk ergens in de jaren 1990.
Hij stond achter het wijd open raam van een pand in de Oude Stad vrij onopvallend zijn waarlijk meesterschap als koperslager te demonstreren.
Theo werkte aan een of ander oud voorwerp en hij hoorde of zag niemand.
Zo kon ik vrij rondkijken en zijn prachtige replica's bewonderen: Romeinse helmen, wapens, kurassen, kandelaars, lampen enz.
Fenomenaal!


Wie was die man die dat allemaal kon?
Dat hij een zeer inschikkelijke en behulpzame mens was, ontdekte ik enkele weken later.
Hij bracht voor mij een smeedijzeren trekbel mee die ik had besteld bij de kunstsmid in het openluchtmuseum.
De smid vroeg mijn adres:
'Retie? Is dat niet vlak bij Dessel?
Daar woont Theo Alofs, onze koperslager.
Ik zal hem de bel meegeven, hij bezorgt ze wel aan jou!
Zo geschiedde.

De bel prijkt nog steeds aan onze voordeur (en fungeert er vaak als verleidend en lijdend voorwerp van ons klein volkje).


Dat was mijn eerste kennismaking met Theo.
Nu, zowat een kwarteeuw later, kruisen onze wegen elkaar opnieuw.
Er manifesteert zich moeiteloos een 'klik' met Theo en zijn vrouw Annie, zijn eeuwige steun en toeverlaat.
Het zijn beiden prachtmensen.
Dat zij in Dessel wonen maar toch een grote affiniteit met Retie hebben, getuigt bovendien van een helder en groot verstand (knipoogje).


Graag laat ik nu het woord aan Theo, voor zijn uitermate boeiend verhaal...

Ik ben geboren in Breda (Ginneken) op 17 juni 1936.
Breda bezit een grote rijkdom aan monumenten.
Doordat onze familie in het centrum van de stad een loodgietersbedrijf had en ik altijd gefascineerd ben geweest door monumenten, heb ik me gespecialiseerd in de monumentale lood- en zinkwerken.
Later ook in het koperslaan.
En om er meteen wat historie aan toe te voegen: vroeger, in de middeleeuwen en nog lang daarna, werden koperslagers ingedeeld bij de zeer in aanzien staande ambachtsgilde der smeden.
Wie toen voor het koperslagersvak koos, moest een opleiding volgen bij een 'meester' die bij een gilde was aangesloten. Bij hen gingen de leerlingen ook meestal 'in de kost' omdat ze na de dagtaken moesten zorgen voor het opruimen en het klaarzetten van het materiaal in het atelier.
Na twee a drie jaar konden ze een proef van bekwaamheid afleggen.
Wie slaagde werd 'gezel'.
Vervolgens was het gebruikelijk om bij een andere meester in dienst te treden - vaak in het buitenland - om na enkele jaren een meesterstuk te kunnen voorleggen en te promoveren tot meester.
Daarna mocht hij pas zijn eigen atelier of winkel hebben.

Mijn sterk verlangen om de wereld te ontdekken, bracht mij in 1973 - samen met mijn vrouw Annie en onze kinderen - naar CaliforniŽ in Amerika.
Ik wou er graag een toekomst opbouwen maar we ontdekten algauw dat we er onze kinderen toch niet wilden laten opgroeien.
We hakten de knoop door en in 1981 zijn we geŽmigreerd naar Zuid-Afrika (Kaapstad).
Dit was een goede keuze.
Ik kon me er verder ontwikkelen als koperslager en restaurateur.
Verder deed ik vooral veel onderzoek naar het gebruik van het koperpatrimonium van onze voorouders in de middeleeuwen.
Onze kinderen ontdekten in de universiteitsbibliotheek van Stellenbosch een manuscript met beperkte gegevens over het koperslagersambacht in de 17de eeuw, het V.O.C.-tijdperk (Verenigde Oost-Indische Compagnie, 1602-1799).
Dat inspireerde me om later mijn technisch boek 'Het bekende onbekende ambacht Koperslaan' te schrijven.
Mijn boeken die hierop zullen volgen, gaan over lood- en zinktechnieken in een uitgebreide vorm.
Ik verbleef met mijn gezin in Zuid-Afrika van 1981 tot 1991.
Aanvankelijk werkte ik er als zelfstandig restaurateur in loodgieterijaangelegenheden en als koperslager.
Later als bouwdirecteur in het openluchtmuseum 'Kleinplasie' in Worcester waar we een compleet dorp uit de 17de eeuw (uit de periode der geŽmigreerde Hugenoten, geloofsvluchtelingen uit Frankrijk) reconstrueerden.

Ook maakte ik, in opdracht van tal van musea in heel Zuid-Afrika, replica's van authentieke gebruiksvoorwerpen uit het V.O.C-tijdperk.
Zo kon men het gebruik van die oude voorwerpen aan de bezoekers tonen en demonstreren.

We zijn uiteindelijk naar Europa teruggekeerd vanwege het groeiende en levensbedreigende gevaar in Zuid-Afrika.
We vestigden ons in Dessel, niet ver van de grens met Retie.
Later zou blijken dat Retie ons sterk aantrok, we ontmoetten er tal van fijne mensen en werden er steeds warm onthaald.

In Bokrijk kon ik in het Oude Stadsgedeelte een koperatelier inrichten.
Ik maakte er replica's van gebruiksvoorwerpen uit de tijd van onze voorouders.


Twee koperen replica's van gladiatorenhelmen.
Rechts de verbeterde versie van Theo.
Op de achtergrond het koperatelier in Bokrijk.


Met een Zuid-Afrikaanse 'konfytkastrol' voor de smidse in het openluchtmuseum Kleinplasie in Worcester (Zuid-Afrika), in 1984.

Ook mijn replica's van wapens en helmen uit de tijd van Bruegel en Rubens genoten een ruime belangstelling.

Later kon ik in Retie, in het vakantieoord De Linde, een ruim atelier annex expositieruimte inrichten waarin ik bezoekers kon ontvangen en rondleiden.

In het belang voor het behoud van ons cultureel erfgoed - waaronder de prachtige waardevolle kopercollecties in kerken, kapellen en kloosters - ben ik in 2012 in Nederland gestart met vrijwilligers die de kerkinterieurs onderhouden, te instrueren om de kopercollecties op de juiste manier te behandelen en om kleine restauraties uit te voeren.
De kopercollecties bestaan meestal uit messing, een legering van koper en zink.

In BelgiŽ gaf ik opleidingen aan cursisten van de VDAB in Antwerpen en Hasselt en vanaf 2000 ben ik als adviseur aan het werk hier in het land, wat betreft restauraties en onderhoud van oude voorwerpen of van metalen constructies aan gebouwen.

Dit jaar (2016) ben ik met een project gestart in samenwerking met de gemeente Retie (Koen Claessens), Juul Mermans (VVV Retie) en Erfgoed Vlaanderen.
Juul Mermans is hierbij een belangrijke kracht.
Zijn deskundigheid betreffende de histories en de bouwstijlen van de kapellen in Retie zijn een pluspunt.
Hij houdt zich ook al een lange tijd bezig met het onderhouden van die Retiese kapellen.

Misschien even op een rijtje zetten hoe wij te werk gaan?
Normaal gesproken zijn Juul en ik de eerste uitvoerders, later nemen vrijwilligers de werkzaamheden over.
Zijn de koperen voorwerpen zwaar beschadigd of verwaarloosd, worden zij meestal behandeld in ons atelier.
De stukken worden volledig en zorgvuldig uit elkaar genomen.
Er zijn complexe zaken bij en die kan je niet anders behandelen dan door ze te demonteren.
Oud vuil en restanten van koperpoets worden met een kraspen en een zachte borstel verwijderd.
Zo krijg je de decoratieve versieringen ťn de koppelstukjes netjes proper.
Noodzakelijke restauraties worden uitgevoerd.
Na deze handelingen worden de onderdelen weer mooi in elkaar gezet tot het geheel weer compleet is.
Van groot belang is dat men de juiste volgorde aanhoudt bij het monteren.
Het zijn werkjes van geduld maar het eindresultaat is gewoonweg schitterend.
Voor replica's en restauraties van antiek zijn de juiste technieken onontbeerlijk om de voorwerpen in hun oorspronkelijke staat terug te brengen en om ze hun waarde te laten behouden.
We hebben in Retie een aantal koperen kandelaars en andere voorwerpen uit de plaatselijke kapellen onder handen genomen en het gaf een prachtig resultaat.
Het 'voor' en 'na' was onmiskenbaar goed te zien.
'De mensen zullen het niet kunnen geloven, zů'n verschil', placht Juul Mermans te zeggen.


Theo met kleinzoon bij de voltooide bierbrouwketel voor het Paenhuys in het openluchtmuseum te Bokrijk.


Theo en Juul Mermans in actie bij het oppoetsen van enkele kandelaars uit de Retiese Sint-Pieterskapel.


Voor de kapel van Werbeek maakte ik een nieuwe koperen doopvont.

Mag ik eraan toevoegen dat het koperslaan toch wel het topic en mijn stokpaardje is in mijn carriŤre?
Ik heb er een hele weg in afgelegd.
Het ambacht is door de jaren heen nauwelijks veranderd.
Alleen de gebruiken zijn aangepast.
Tegenwoordig ligt de nadruk veel meer op het decoratieve dan op het functionele vlak.
Daardoor is er ook veel interesse voor restauratie en renovatie waarbij een degelijke kennis van het oude ambacht noodzakelijk is.


Kandelaars uit de Sint-Niklaaskerk van Dessel.
Links het opgepoetste, en rechts de nog onbehandelde pendant.


Een koffiepot, een melkkannetje en een suikerpot.
Een schitterende creatie in geel koper van Theo Alofs.


Ondertussen zijn ook nieuwe toepassingen van lood, koper en zink ontstaan. Om nog enkele bijzondere eigenschappen van koper op te sommen: koper is een ideale glijbaan voor elektronen en tevens een uitstekende warmte- en elektriciteitsbegeleider.
Het is een relatief zacht en kneedbaar metaal dat toch taai is.
Je kunt het makkelijk bewerken en vormgeven om bv. platen, draden, folie of volumes te maken.
Een koperen muntstukje in een vaas met bloemen remt de groei van bacteriŽn af.
Maar net als goud en zilver kan koper micro organismen beschadigen.
Ook nog: zonder koper geen licht, geen auto, geen computer, geen telefoon, minder muziekinstrumenten, geen chocolade, geen verf, geen chlorofylwerking...
Je zou kunnen stellen dat we zonder koper niet kunnen leven.
De meeste organismen hebben een in zichzelf besloten mechanisme dat er optimaal gebruik van maakt.
Het blijft mij - en misschien ook u? - mateloos boeien.


Als toemaatje nog een handjevol nuttige tips van Theo alsook zijn aanbeveling van materialen om het koperpoetsen tot een goed einde te kunnen brengen.

Gewoon onderhoud:

Indien het zuiver koper (rood) of messing is (geel) kan je volgende techniek toepassen:

Materialen:
     Theo gebruikt Brasso Koperpoets, hij steekt er een knikker bij zodat de koperpoets bij het schudden van het busje goed mengt.
     White spirit.
     Donker en lichtgekleurde boenwas.
     Wollen doek (meerdere stukken).
     Flanellen doek.
     Afdekmateriaal voor de tafel (stuk tapijt).
     Stoffen handschoenen.
     Schort.

  • 1. Bescherm je werkvlak (tafel,...) met het stuk tapijt.
  • 2. Breng een kleine hoeveelheid koperpoets aan op een flanellen doek en begin zacht te wrijven.
             Start op vlakke oppervlakten, anders blijft er teveel koperpoets in de spleetjes hangen.
             Gebruik niet teveel koperpoets tegelijk.
             Ontdoe het koperstuk zo van de patina (aanslag).
  • 3. Laat opdrogen en wrijf op met een wollen doek.
  • 4. Er zal toch koperpoets achterblijven in de versieringen en aansluitingen (spleetjes).
             Deze wijder je met de white -spirit.
             Doe de white -spirit op een flanellen doek en poets het geheel af.
  • 5. Wrijf daarna het geheel weer op zonder product met een propere wollen doek.
  • 6. Neem de lichtgekleurde boenwas en een witte wollen doek.
             Poets het koperstuk op. Je merkt dat de doek nog zwart kleurt..
             De boenwas zal een fijne beschermlaag achterlaten waardoor het koper langer de glans behoudt.
  • 7. Wrijf daarna het geheel weer op zonder product met een propere wollen doek.
  • 8. Veel van de koperstukken zijn te demonteren.
             Met kruipolie gaat het waarschijnlijk gemakkelijker.
             Wanneer je de onderdelen van elkaar gescheiden hebt (losgevezen), kan je overal beter bij en zijn er minder spleetjes waar koperpoets in blijft hangen.
             LET OP, waardevolle stukken demonteer je best onder toezicht, je wil bij het opnieuw in elkaar steken het stuk niet verknoeien.
  • 9. Op het einde draag je best je handschoenen, zo laat je geen zweet achter.
  • 10. Achteraf verplaats je gepoetst koper ook best met handschoenen aan.


  • Ik hoop dat ik met mijn passie en met mijn respect voor het verleden een steentje heb kunnen bijdragen aan het behoud van ons cultureel erfgoed.

    En graag zou ik nog een heleboel dingen willen verwezenlijken.
    Want rust roest, toch?

    Ik hoop dat het mij nog vergund mag zijn ...
    Theo Alofs en Guy Aarts