|
In de 17de eeuw gebruikten lieden van de gegoede stand in Frankrijk al
kleine kaartjes om hun wensen te sturen en zich aan te melden bij
bezoeken.
Vandaar de benaming 'carte de visite'.
Het illustreren van briefkaarten begint pas rond 1870.
Peter Manojlovic, een Oostenrijks officier, vond de eerste prentkaart
ter wereld uit in 1871.
Het ontstaan van de briefkaart was een wereldgebeurtenis, net zo goed
als de uitvinding van gas, elektriciteit, stoommachine, radio en
televisie.
De kaart luidde een nieuw tijdperk in ons sociaal leven in.
Ze bracht, zonder overdrijven, werkelijk een revolutie teweeg, omdat
voortaan ook de grote massa corresponderen kon, dank zij het gunstige
tarief en de eenvoudige werkwijze.
Ook de schrijfstijl onderging een grote verandering.
De brieven van vroeger waren lange, uitgesponnen epistels.
Nu gebruikte men korte, gebalde uitdrukkingen, wegens de kleine
oppervlakte van de kaart.
De prentkaart legde ook de grondslag van een giganteske industrie.
Miljoenen kaarten rolden van de pers, terwijl het volkstoerisme met
reuzenschreden vooruitging.
In 1898 installeerde Nels een werkplaats voor fotokaarten in Brussel.
In 1894 bracht de expositie van Antwerpen de prentkaarten in de
kijker.
De schoonste jaren van de kaart waren de decennia rond de
eeuwwisseling.
Ze zou de oorlog 1914-1918 glorieus overleven en een nazomer kennen in
de jaren twintig.
De Retiese postkaart
De oudste Retiese postkaart in mijn bezit is geschreven in 1900.
Uitgever noch fotograaf zijn vermeld.
Het is een klein zicht van het Sint-Annadalklooster.
De afbeelding op de voorkant is inderdaad klein, zodat er een grote
witte ruimte voorhanden is.
Tot 1906 schreef men op deze voorkant hetgeen men wilde meedelen, op
de volledige achterkant schreef men het adres van de geadresseerde.
Na 1906 verdeelde men de keerzijde in twee: rechts schreef men aan wie
men de kaart zond en links wat men wilde zeggen.
De ganse voorzijde kon nu gebruikt worden voor volledige (grotere)
afbeeldingen.
|
|
Van enkele prachtige oude reeksen bestaan ook handgekleurde
exemplaren.
Deze waren duurder en dus ook zeldzamer. Het zijn nu gegeerde
verzamelobjecten.
Retie beschikte rond de eeuwwisseling over prachtige kaarten, vooral
dank zij JJ. Meuleman.
Deze kunstenaar was veelzijdig.
Van 1899 vinden we van hem zichtkaarten, oude foto's, drukwerk
allerhande en vooral doodsprentjes terug.
Hij vereeuwigde niet alleen Retie en de Retienaren op ontelbare foto's
maar ook een zestigtal nabije en verre dorpen werden door hem op de
gevoelige plaat vastgelegd.
Zijn prenten behoren tot de top van wat er toen op de markt was.
Andere prachtige zichten werden uitgebracht door Sledsens, Havermans,
Vos en Raeymaekers.
In de jaren dertig kenden wij de bruine kaarten van Goris uit de
Peperstraat.
Dezelfde zichten werden verkocht met 'Rethy' en 'Retie'. (De naam
verandering gebeurde in die periode.)
Vanuit Retie werden toen vele kaarten verstuurd.
Vooral uit 'Het Boesdijkhof' vertrokken vele nieuwtjes de wereld in.
We vinden dan ook Retiese prenten terug in alle kanten van België,
zowel in het Nederlands als in het Frans.
Rond 1950 was het vooral Johanna Breugelmans, beter gekend als
Johanneke uit De Klok, die ontelbare glanzende zichten verkocht.
Het is pas later dat de glanzende gekleurde gezichten werden gedrukt.
Hoeveel verschillende gezichten er zijn, is niet gekend.
Zeker is dat het er meer dan 1100 zijn.
Voor verzamelaars is dikwijls de achterzijde (wat erop geschreven
staat of de afstempeling) even belangrijk als de voorkant.
De verzamelwaarde van een kaart is wat een gek ervoor wil geven.
Het is duidelijk dat grote verzamelaars vlugger geld willen geven voor
een ontbrekende prent dan liefhebbers die pas beginnen.
Retie bezit ook afbeeldingen met stoomtrams die door gespecialiseerde
themaverzamelaars erg gezocht worden.
Dank zij J.J. Meuleman is Retie tot ver over zijn grenzen gekend.
|