To Verstraelen 'Pluises To' en haar echtgenoot Frans Smets uit Dessel

Weggevoerd naar Duitsland wegens 'Spionage' tijdens WO I

Bij onze zoektocht naar de oud-strijders van 'Den Grooten Oorlog' vonden wij het bidprentje van ene Maria Catharina Verstraelen, geboren in Retie in 1878, met de vermelding op het prentje: 'Politiek-Gevangene wereldoorlog 1914-1918'.
Onze belangstelling was gewekt.
Langs haar kleinzoon Frans Smets en een artikel in 'Dessel zoals het vroeger was' (1995), een publicatie van de Desselse heemkring De Griffioen, konden we het 'mysterie' ontraadselen.


Bidprentje van Maria Catharina Verstraelen

Maria Catharina Verstraelen was in Dessel algemeen bekend als 'Pluises To', haar familie in Retie als 'die van Pluizen'.
Het gezin Peer Verstraelen-Stans Peeters woonde in Werbeek bij de kapel.
Het waren verwoede jagers.
Mogelijk was hun bijnaam een verwijzing naar de 'pluizen' (staarten) van konijnen, hazen en ander klein wild.
Haar kleinkinderen noemden Catharina Verstraelen Moe Mêt omdat zij in het begin van de Hannekestraat woonde, tussen de cinemazaal De Eendracht en de brouwerij Campina, vlak bij de Markt.
Va Mêt was Frans Smets, die in 1899 huwde met Catharina.
Hij stond in Dessel bekend als 'de kleine bakker', zijn broer Jef werd 'de grote bakker' genoemd.
Zij 'erfden' de bijnaam van hun vader Tist, die in Dessel de 'moppenbakker' werd genoemd.
Tist was jarenlang bakkersgast geweest in Antwerpen.
To en Frans kregen zeven kinderen, waarvan het vierde, Louis, vóór zijn eerste verjaardag overleed.
Al rond 1910 hadden Frans en To een kruidenierswinkel annex café 'In den Arend' in de Hannekestraat in Dessel.

Op 4 augustus 1914 viel het Duitse leger het neutrale België binnen.
Het begin van 'Den Grooten Oorlog' met miljoenen slachtoffers en zoveel menselijke drama's.
Ook To en Frans zouden hun part krijgen.
In 1916 versperde het Duitse leger de doorgang naar Nederland met prikkeldraad onder hoogspanning, de 'dodendraad'.
Ons bezette land werd een soort grote kippenren, ten oosten gesloten door Duitsland, ten zuiden door het Duitse leger, ten westen door de zee en ten noorden door de 'doden-draad'.

Bedoeling: onder meer beletten dat jongemannen via Nederland naar het front zouden trekken, dat militaire informatie zou doorgespeeld worden aan de Verbondenen (Engeland, Frankrijk, Rusland,...), dat voedingswaren uit Nederland zouden overgebracht worden naar het bezette België.
Binnen die 'kippenren' was het leven bepaald niet prettig.
Men mocht zonder schriftelijke toelating niet komen of gaan waar men wilde, niet fietsen, 's nachts niet buiten komen, de duiven niet loslaten, en het mansvolk moest zich iedere maand 'op de controle' gaan aanmelden, om te bewijzen dat het niet, door de draad heen, naar het leger getrokken was.
De minste overtreding van een der honderden verordeningen werd genadeloos gestraft, zelfs met gevang of strafkamp.
Dat zouden ook To en Frans aan den lijve ondervinden.
To was immers heel actief in het smokkelen van brieven en mensen naar Nederland.
Was het uit vaderlandsliefde, was het om den brode, het was zeker een winstgevende bezigheid vermits in Dessel nog andere personen als 'smokkelaars' bekend stonden.
Ook vader en moeder Brug, Karel Moors (° Retie, 1890) en Josephina Philomena Bierens (° Dessel, 1896), de ouders van Maria Moors, de echtgenote van kleinzoon Frans Smets, deden aan dat soort smokkelen.
Zij woonden op Den Diel nabij Brug 0.
Die brug gaf verbinding met Dessel-Witgoor.
Ze werd in mei 1940 - tegelijk met de andere kanaalbruggen - opgeblazen door het Belgische leger.
In tegenstelling met Brug 1 (de huidige fietsbrug) werd Brug 0 na de oorlog wel opgebouwd.
Moeder Brug heeft omwille van dat smokkelen een hele tijd in Antwerpen in de Begijnenstraat gevangen gezeten samen met haar oudste zoon die ze 'aan de borst' had.
Misschien is die borstvoeding de reden geweest dat ze vrijgekomen is en niet naar Siegburg werd gezonden.

In januari 1916 werd To opgepakt door de Duitsers.
Frans Smets vertelde: 'Het gebeurde op een zondagnamiddag, waarschijnlijk in februari.
De Duitsers hielden die namiddag een razzia in de Hannekestraat in Dessel.
In de herberg bij Moe Mêt vergaderden op dat moment de boeren van de veebond.
Moe Mêt had het gerucht over de razzia opgevangen toen ze onderweg was om enkele bierglazen te halen bij Den Bink, een andere winkel in de Hannekestraat.
Zij had nog gemakkelijk kunnen vluchten, maar toch is zij naar huis gegaan.
Daar wachtte haar een Duitse soldaat op.
Na wat aandringen mocht ze zich nog gaan omkleden.
Het was eerder een voorwendsel van haar om nog een pak brieven in het hooi te kunnen verbergen.
Ook op de schelf van de stal zaten nog brieven verborgen.
Maar zelfs na enig zoekwerk vonden de Duitsers die niet.
Va Mêt en Moe Mêt zijn toen met nog een aantal anderen naar de Markt gebracht.
Een peloton Duitsers beval hen met het gezicht naar de kerk te gaan staan.
De geweren werden geladen zodat allen dachten dat ze gefusilleerd gingen worden, zo vertelde later zuster Laurentia, bewaarschoolonderwijzeres in de meisjesschool van Dessel.
Er stond dus blijkbaar nog ander volk te kijken.
Gelukkig was het een schijnfusillade.
Moe Mêt zou toen nog een brief, die ze toevallig nog bij zich had, hebben opgegeten.
Of dat wel zo is, betwijfel ik, want ze had toch alle brieven op de schelf kunnen verstoppen.
Later ging het gerucht dat al die mensen verraden werden door een buurman.
Va Mêt werd als medeplichtige veroordeeld tot negen en Moe Mêt tot achttien maanden gevangenisstraf in Duitsland.
 

Familie Verstraelen-Peeters uit Werbeek
Vooraan: Petrus Ver Straelen (Retie, 1848-1923) en Maria Peeters (Retie, 1854-1920).
Achteraan: Jef, Colette, Catharina, Karel, Maria, Louise en Jan.



Grootmoeder Verstraelen-Peeters
met 6 kinderen van Frans Smets en Catharina Verstraelen
Vooraan: Karel, Jan en Felicia
Achteraan: Hendrik, Jef en Jules
(Foto: verz. Frans Smets, Balen)

Eerst brachten ze drie maanden in voorhechtenis door in Turnhout.
Daar hebben ze de kleinste drie kinderen: Felicie, Karel (mijn vader) en Jan nog even mogen zien.
De zes kinderen bleven alleen achter in Dessel, aangewezen op de hulp van de familie, de buren en hun grootmoeder van moederskant uit Werbeek.
Moe Mêt hebben ze dan naar de gevangenis in Siegburg gebracht samen met Mathilde van de Giet (Mathilde Raeymaeckers, zuster van Karel, die een brouwerij had aan de Turnhoutsebaan).

Ook Mieke Looze was daarbij.
Ze zijn samengebleven tot in Aken.
Dan is grootvader, Va Mêt, in Hamelen(!) in de gevangenis gestopt en Moe Mêt in Siegburg op de Brückberg.
De schrijver van het boek Siegburg verrechtvaardigt die gevangenzetting als volgt: 'es waren nur keine Kriminellen gewohnter Art, sie waren Patrioten, aber wer weiß, ob sie nicht ohne ihr verbotenes Wirken (Übermittlung von Nachrichten in das feindliche Ausland, Spionage u.a.) mancher deutsche Soldat noch am Leben geblieben wäre'.
In de zomer werden de gevangenen tewerkgesteld bij een plaatselijke boer maar in de winter moesten ze in de cel blijven.
Het werk op de boerderij genoot natuurlijk de voorkeur.
Wat deden ze in de winter?
We weten dat sommigen zich bezig hielden met het borduren voor Siegburgse families.
Op een tentoonstelling van de Desselse heemkundige kring was trouwens zo'n borduurwerkje te zien waarop Mieke Looze haar cel met de schamele inboedel geborduurd had.

En wat gebeurde er met de achtergebleven kinderen?
Tijdens de afwezigheid van hun ouders zijn de zes kinderen thuisgebleven, deels onder de hoede van Moe Werbeek, Maria Constantia Peeters, hun grootmoeder aan moederskant.
Ze hebben veel honger geleden.
Zo vertelde mijn vader dat ze wel eens ratten gegeten hadden en tante Felicie wist te vertellen dat ze patatschillen aten.
Grootmoeder woonde in Werbeek aan de kapel.
Ook nonkel Sjarel (Karel Verstraelen), Koob van Pluizen, woonde daar.
Hij hield er een café open.'
Op 2 april 1916 schreef Frans het volgende aan zijn kinderen.
'Ik laat u weten dat moeder en ik dinsdag aangekomen zijn in de gevangenis van Aachen (Duitsland).
Wij zijn van elkander gescheiden.
Daar onze straf hooger is dan drie maanden, kunnen wij hier niet blijven en binnen enkele dagen zullen wij naar ene gevangenis overgebracht worden verder in Duitsland.
Zoodra aangekomen zal ik opnieuw schrijven.
Ik recommandeer u van elkaar goed te verstaan, terwijl onze afwezigheid, en werkt goed en moedig, namenlijk zorgt voor de pataten en de mast.
Ik ben in goede gezondheid en bied aan u alle mijn hartelijke gevoelens aan.
'
In de vele maanden van scheiding en onzekerheid, heimwee en intens verdriet, de echtgenoten die mekaar misten, de kinderen hun ouders, kon men zijn gevoelens toch enigszins kwijt in een geregelde briefwisseling.
Het heen en weer geschrijf werd natuurlijk grondig 'geprüft' door de kampleiding.
Negatieve dingen over het dagelijkse leven in het kamp zouden zeker de controle niet gepasseerd zijn.
Frans kwam als eerste vrij en arriveerde op 23 september 1916 terug in Dessel.
To kwam pas in 1917 vrij.
De laatste brief die To vanuit de gevangenis naar Dessel stuurde dateerde van april 1917.
Haar gevangenisstraf liep normaal tot juli 1917.
Zoals blijkt uit de brieven die ze naar huis stuurde, had To gratie aangevraagd.
Daarom is ze ook drie maanden eerder vrijgelaten.
 

Catharina Verstraelen in gevangeniskledij en Frans Smets- Verstraelen
Foto: verz. Frans Smets, Balen

De vrijlating werd bekend in de familie doordat een buurman, Karel Minnen, kwam zeggen dat To in Dessel op de Markt stond.
Ze was vanuit Turnhout (met de tram?) naar Dessel gekomen.

Enige toelichting:

  • Verstraelen Maria Catharina (Retie, 06.02.1878 - Dessel, 21.04.1947) x Jan Frans Smets (Dessel, 22.07.1899 -31.12.1972).
    Haar vader was de Werbekenaar Petrus 'Peer' Verstraelen (Retie, 23.01.1848 - 15.05.1923 of 15.11.1923, bidprentje), haar moeder Maria Constantia Peeters (Retie, 01.04.1854 - 12.01.1920).
    Petrus 'Peer' Verstraelen en Maria Constantia Peeters huwden in Retie op 17.10.1874.

  • Jan Frans Smets (Dessel, 1899-1972) was door loting ontsnapt aan legerdienst.
    De periode dat hij nog geen winkel annex café had, werkte hij in de fabriek in Lommel.
    Dagelijks ging hij daar te voet naartoe (40 km heen en weer).
    Hij werkte ook een tijd bij de firma Smet in Dessel.
    Na zijn vrijlating ging hij met zijn drie zonen schepen trekken langs het kanaal Dessel-Schoten tot in Antwerpen en terug.
    Het eeuwfeest van Frans werd in 1972 door gans het dorp uitbundig gevierd.
    Amper elf dagen na zijn honderdste verjaardag overleed hij thuis in Dessel.
    Hij had toen 82 nakomelingen: 7 kinderen (waarvan er één overleden was), 39 kleinkinderen, 31 achterkleinkinderen en 5 achterachterkleinkinderen.

  • Andere weggevoerde Retienaren onder beschuldiging van 'spionage' waren o.m.: Arthur Jacobs uit de Molenstraat.
    Hij werd gevangengenomen op 10 maart 1917 op beschuldiging van bespieding en overbrengen van personen en brieven.
    Hij werd weggevoerd naar Duitsland op 3 mei 1917 en vrijgelaten op 10 september 1918.
    Jos Peeters van de Steenweg op Arendonk (nu Kerkhofstraat).
    Hij werd gevangengenomen op 25 december (Kerstmis!) 1915 op beschuldiging van grensoverschrijding en smokkelen.
    Hij werd weggevoerd naar Duitsland op 11 januari 1916 en vrijgelaten op 22 december 1918.

  • Het kanaal Dessel-Schoten was een zware hindernis voor hen die via Postel naar Nederland wilden.
    Hier speelde Vader Brug een cruciale rol.
    Hij wist ongeveer wanneer er iemand in de duisternis stond te wachten aan de kant van het Witgoor om overgezet te worden.
    Het probleem was dat de meesten niet konden zwemmen.
    Om zeker te weten of er iemand stond te wachten, werd er niet gefloten of geroepen, maar gooide Vader Brug een keitje in het kanaal en als iemand aan de overkant dat ook deed dan "was het zover".
    Soms was het ook omgekeerd.
    Vader Brug speelde dan al zijn klederen uit - veel had men in die tijd niet aan - en ook de wachtende aan de overkant deed hetzelfde.
    Dan zwom Vader Brug tweemaal naar de overkant van het kanaal met bundels stro die hij boven het water hield om die droog te houden.
    Hij zwom dan terug met de tot een bundel gebonden klederen van de man terwijl hij die ook met één hand boven het water hield om ze droog over te krijgen.
    De wachtende man werd dan met een zeel onder de oksels naar de overkant getrokken waarbij de bundel stro diende als "zwemvest".
    Kennelijk bleven de bundels stro voldoende droog tot aan de overkant.
    Moeder Brug wist niet meer te vertellen of Vader Brug de man begeleidde tot aan de Nederlandse grens.
    Waarschijnlijk wel, want dat moest langs binnenpaadjes gebeuren en Vader Brug kende die natuurlijk op zijn duimpje.
    In ieder geval heeft hij heel wat mensen naar de overkant van de prikkeldraad geholpen.
    Of er toen al elektrische stroom op stond, weet ik niet.
    Een bepaalde persoon - hij noemde hem een spion - heeft hij op die manier wel tienmaal overgezet.
    Naar eigen zeggen werd hij daarvoor heel goed betaald.
    De laatste maal zei de man dat hij niet meer zou terugkomen.
    Vader Brug kreeg toen van hem nog een extra premie.
  • (Frans Smets, Balen)

    Met dank aan Frans Smets en heemkring De Griffioen, Dessel.

    Walter Raeymaekers