Frontbrieven - Karel Oostvogels

Soldaat Karel Oostvogels schrijft...

In januari 1915 werd Karel Oostvogels naar het IJzerfront gestuurd als soldaat van de gezondheidsdienst en deel uitmakend van een bataljon cyclisten van de Cavaleriedivisie.
Op donderdag 15 juli 1915 noteerde hij de volgende tekst in zijn dagboek.
(Belangrijk om weten: de aflossing van de soldaten in de voorste linies gebeurde normaal bij duisternis, wegens het grote gevaar.)


Dokter Demolder komt af.
Er mankeert een brancardier, zegt hij, op post 3.
Geredetwist.
De commandant der H. (die Leman vervangt) komt aangeduiveld.
Ik moet in vollen dag naar post 3.
('Je vous donne l'ordre!') Onbeschoft varken.
Ik op weg.
Ik zie hem en den dokter op secteur Nord.
Ik moet vragen of 't niet te gevaarlijk is.
Ik naar post 1, den IJzer over!
Er mankeert geen brancardier op post 3, maar wel op post 2.(Tweede misstap van de commandant.)
Men telefoneert dat ik zonder gevaar kan komen.
Terug over den IJzer!
Naar de Knockebrug.
De piotten (7de linie) springen in de tranchées.
Weer een obus.
Een hagel van stukjes ijzer!
Ik in retraite!
Bombardement gaat voort.
Ik blijf staan verzinnen wat ik moet doen.
Ik ga terug naar 't Centre bij de officieren en den dokter.
(Dokter De M.: 'Je vais les faire fusillertous les deux!')
'II ne faut pas y aller maintenant', zegt een commandant der Gidsen.
Ze zijn allen in 't gedacht dat men naar mij gebombardeerd heeft. (Ik laat ze in dat gedacht.)
Ik moet naar V. H. gaan zeggen dat ik niet kan gaan.
Eerst eten.
Ik kom juist achter 't huis, een obus valt juist voor 't huis.
Om 2 u. naar 't pachthof, een halfuur achter 't front, naar den luitenant dokter.
Hij wist reeds dat ik gebombardeerd was.
Hij laat me de lijst zien: ik moest op post 2 zijn.
Dus: een brancardier heeft verkeerd bevel gegeven.
Hij wil me nog 's avonds in den donker doen gaan.
Een officier der artillerie zegt dat het de moeite niet is.
Ik moet niet meer gaan.
'Bonjour Piot'.
Ik weg, alles is klaar!

Besluit: door de schuld van overheden die niet bekwaam waren (en er nochtans duur voor betaald worden) om klare bevelen te geven, ben ik dezen dag bijna gesneuveld!
Een halve minuut later en ik was op de Knockebrug gebleven.
Domme, onmenschelijke bevelen geven en van den toestand niets kennen.
Een mindere wordt niet geteld, in dit geval moet de mindere den meerdere ook niet tellen.
Dezen dag ben ik gegaan met doodsverachting, maar ook was ik er op gesteld om dien ezel eens fatsoenlijk te laten afzien.
Weg met de varkens!
Winkels en ik onder één vaandel gestreden.
Op één manier er plezier in gehad.

Bewerking: Willy Thijs