Retienaren strijden voor het vaderland

Meer dan 150 jonge mannen uit Retie en Schoonbroek namen deel aan de 'Groote Oorlog', ca. 23 van hen, bijna jongens nog, kwamen niet terug...
Nu, honderd jaar na de feiten, verdienen zij allen onze hernieuwde en blijvende aandacht...
De herinnering aan deze dorpsgenoten is intens verweven met het moordende oorlogsverloop, enige kennis hiervan is aangewezen.

Een kort overzicht.

De afwijzing door België van het Duitse ultimatum van 2 augustus 1914, om vrije doorgang door ons land te verlenen tijdens hun opmars naar Frankrijk, werd beschouwd als een oorlogsverklaring.
Op 4 augustus, in de vroege morgen, staken Duitse troepen de grens met België over.

VANAF NU IS BELGIE IN OORLOG!

Charles de Broqueville is op dat ogenblik eerste minister, hij is tevens minister van Oorlog.
Koning Albert I voert het opperbevel over het leger, hij zal dat vier volle jaren met grote kordaatheid blijven doen en hij zal de strategische troepenbewegingen letterlijk op de voet blijven volgen...


Koning Albert I bezoekt de Dodengang aan de IJzer.


1. Het Belgisch leger in 1914

In het Gulden Boek der Vuurkaart (Brussel, 1938-1939) lezen we: 'Bij de mobilisatie van 1 augustus 1914 werden er 15 militieklassen onder de wapens geroepen.
Die van 1906 tot 1913, ongeveer 188.000 man, maakten het veldleger uit.
De andere zeven militieklassen (1898 tot 1905), 88.000 man, vormden het garnizoen der versterkte stellingen, de zogenaamde vestingtroepen.
Tevens waren er ook nog 40.000 vrijwilligers.
'

Het leger bestond overwegend uit infanteriesoldaten, ondergebracht in ongeveer 28 linieregimenten, een infanterieregiment telde toen ongeveer 2500 manschappen.
Een regiment - zelf onderdeel van een gemengde brigade met daarboven een legerdivisie - werd op zijn beurt in dalende getalsterkte onderverdeeld als volgt: regiment > (bataljon) > compagnie > peloton > sectie.
Praktisch alle Retiese gesneuvelden behoorden tot deze eenheden.
De infanteriesoldaten zaten tijdens de gevechten vooraan in de vuurlinie, velen van hen werden opgeofferd in een vaak waanzinnige strijd.
Het is allicht niet verwonderlijk dat de arme Kempen met zijn vele kinderrijke landbouwersgezinnen, en in een periode van beperkte onderwijsmogelijkheden, zoveel sterke en moedige liniesoldaten telde.

2. De bewegingsoorlog (4 augustus 1914 tot ca. half oktober 1914)

De opmars van de Duitse troepen door België verloopt helemaal niet naar wens.
De heftige weerstand der Belgen in de met forten versterkte steden - Luik, Namen en Antwerpen - stuurt de Duitse plannen in de war.
Daardoor zijn ze verplicht troepen van andere fronten terug te roepen ter versterking.
Het tijdverlies is bovendien aanzienlijk, wat Rusland toelaat te mobiliseren.

In hun opmars worden de Duitse troepen bovendien bij herhaling geconfronteerd met plaatselijke incidenten, zoals schietpartijen waarbij officieren, soldaten of paarden worden gedood.
Onder voorwendsel dat 'francs-tireurs' (vrijschutters) hiervoor verantwoordelijk zijn, is de vergelding van de Duitsers ongezien brutaal.
Veel burgers worden weggevoerd of terechtgesteld, gebouwen afgebrand.
Voorbeelden zijn legio: Melen (Soumagne), Visé, Aarschot, Leuven, Dendermonde...
Ook Retie kent een voorbeeld daarvan op 22 augustus 1914, het verhaal ervan volgt verder.
De Duitse legerleiding klasseert dergelijke feiten als volgt: 'Das ist Recht des Krieges.'

Het laatste fort van de vesting Luik gaf zich over op 16 augustus 1914 en dat van Namen op 25 augustus 1914.
Hier sneuvelde Retienaar Jozef 'Karel' Adriaensen (24 augustus 1914, Ermeton-sur-Biert/ Namen).
Hij werd als vermist opgegeven.
Inmiddels was ook Brussel reeds bezet op 20 augustus 1914, zonder noemenswaardige tegenstand van het Belgisch leger, en het Duitse leger rukte verder op.


Na enkele weken viel ook Luik in handen van het Duitse leger.



Een illustratie van de fortengordel rond Antwerpen, uit het boek Fortengordels Nu!.
Een uitgave van de Deputatie van de Provincieraad van Antwerpen.



De Dikke Bertha was het meest geduchte Duitse wapen.
Het had een ongekend groot kaliber (42 cm) en vernietigde met zijn
verwoestende vuurkracht de Belgische forten.

Vanaf 20 augustus hergroeperen de Belgische troepen zich geleidelijk aan in de versterkte vesting Antwerpen, de 'reduit national'.
Ook de koning trekt met zijn legerstaf vanuit Leuven naar Antwerpen.

De vesting Antwerpen bestond uit een dubbele fortengordel van 17 forten, met omwallingen, 'verschanste' kampen, en vestinggrachten (inundaties).
Een fort was ontworpen voor een garnizoen van 900 man en 70 kanonnen.
Vanuit de vesting Antwerpen doet het Belgisch leger nog twee uitvallen met relatief succes.
Een eerste uitval op 25 en 26 augustus 1914 leidt tot zware gevechten in de regio Boortmeerbeek, Haacht, Elewijt, Hofstade...
Hier sneuvelden de Retienaren 'Jan' Ferdinand Vreys (26 augustus 1914, Boortmeerbeek) en Lodewijk Panis (26 augustus 1914, Haacht).

Vanaf 28 september 1914 beginnen de Duitsers met de belegering van de vesting Antwerpen, die duurt tot 8 oktober 1914.
De strijd is ongelijk.
Niet alleen wat het aantal manschappen betreft, maar ook wegens het zware geschut waarover de Duitsers beschikken.
Vooral van 4 tot 8 oktober wordt er zeer hard gevochten in de ruime regio rond Antwerpen.
Zo wordt Lier, gelegen langs de strategische Nete, veroverd op 5 oktober 1904.
Hier sneuvelden de Retienaren Hendrik 'Louis' Dockx (5 oktober 1914, Lier), Jozef Henri De Corte (5 oktober 1914, Lier) en Jozef 'Jan' Frans Wens (5 oktober 1914, fort Wilrijk).
Op 10 oktober geeft Antwerpen zich over.

3. De slag om de IJzer (17 tot 31 oktober 1914) en de stellingenoorlog (1 november 1914 tot 27 september 1918)


De IJzervlakte onder water gezet...

Als ook de vesting Antwerpen onhoudbaar wordt, begint vanaf 9 oktober de grote terugtocht door Vlaanderen, richting kust.
Dit gebeurt overwegend te voet, met lange nachtmarsen omwille van de veiligheid tijdens de donkere nacht.
'De tocht van de troepen in de pikdonkere nacht verloopt zeer moeilijk, de soldaten zijn totaal uitgeput en de aftocht wordt bemoeilijkt door de ontelbare vluchtelingen die vanuit Antwerpen en omstreken naar het neutrale Nederland willen.'
Veel Belgische soldaten, al dan niet afgesneden van hun eenheid, maken van de gelegenheid gebruik om eveneens Nederland binnen te trekken.

Ongeveer half oktober 1914 arriveert het restant van het Belgisch leger aan de IJzer, met de vaste wil het laatste stukje vaderland achter de IJzer tot het uiterste te verdedigen.
Reeds op 18 oktober breekt de strijd los voor Nieuwpoort; op 24 oktober wordt Sint-Joris veroverd door de Duitsers. Hier sneuvelde op 23 oktober 1914 de Retienaar 'Emile' Hendrik Bollies (23 oktober 1914, Sint Joris-Nieuwpoort).

In de nachten van 27 oktober tot 2 november wordt de IJzervlakte, na onafgebroken bombardementen door de Duitsers, onder water gezet via de sluizen in Nieuwpoort.
Hierdoor wordt het IJzerfront geconsolideerd.
De 'bewegingsoorlog' is tot stilstand gekomen, voortaan spreekt men van een 'stellingenoorlog' in de loopgraven, gebouwd over een frontlengte van ca. 37 km.

Het is het begin van onnoemelijk veel leed, dat bijna vier volle jaren zou duren.


'De onderwaterzetting van de IJzervlakte beperkte in de loop van de oorlog de Belgische verliezen het vuur, maar het tastte de gezondheid van de als termieten levende soldaten aan' (Luc de Vos: 'De eerste wereldoorlog').

Het verblijf in de loopgraven, dagen en nachten lang, is één grote hel, koude, water vaak tot aan het middel, ratten en ander ongedierte en de voortdurende dreiging van de nabijgelegen vijand.
En wellicht het ergste voor velen: een bestaan afgesloten van de dierbaren.
We noteren het overlijden in deze periode van volgende Retiese soldaten: Maarten 'Victor' Adriaensen (19 februari 1915, Nieuwpoort), Hendrik Jozef Kuypers (9 april 1915, Zuidschote/Ieper), August Verhappen (12 juli 1915, Sint-Jacobs-Kapelle/Diksmuide), 'Tinus' Peeters Martinus (12 februari 1916, Sint-Jacobs-Kapelle/Diksmuide naar l'Océan, een ziekenhuis aan de kust), Pieter Frans Brijs (25 maart 1916, Zuidschote/leper) en Florent Leopold Corneel Haeyaert (11 september 1917, Vinkem bij Veurne).
Vooraleer het eindoffensief werd ingezet, sneuvelden in 1918 ook nog volgende Retienaren: Louis Damen (28 maart 1918, Ramskapelle/leper naar het militair ziekenhuis l'Océan), Remi Verbist (15 juli 1918; Elverdinge/leper) en Jan 'Karel' Deckx (24 juli 1918; Boezinge/leper).

In een loopgracht aan de IJzer.



Het front in de westhoek.

Ieper was strategisch zeer belangrijk en werd vele malen aangevallen. Zo bv. op 22 april 1915: begin van de tweede slag bij leper met de eerste grote gasaanval (chloorgas) ooit.
In juli 1917 werd mosterdgas (ieperiet) ingezet.
En van 31 juli 1917 tot 10 november 1917 vond de derde slag bij Ieper (slag bij Passendale) plaats, het werd een slachting zonder weerga.

4. Het bevrijdingsoffensief (28 september 1918 tot 11 november 1918)

In september 1918 achtten de geallieerden de tijd rijp om het eindoffensief in te zetten.
Koning Albert I, zeker geen voorstander van té risicovolle en té veel mensenlevens eisende aanvallen, stemde in met deze beslissing.
'Het Belgische Leger had alles en iedereen op de been gebracht voor het ultieme offensief.
Het was in januari 1918 pas hervormd en telde nu 167.000 manschappen, 1100 kanonnen en 100 vliegtuigen.
Midden in de nacht van 28 september, om half drie, startte het offensief.
' (Prof. Luc de Vos)

Enkele merkwaardige acties waarbij het Belgisch leger betrokken was:

* 28 en 29 september 1918: offensief voor de herovering van de hoogten van Klerken, Passchendale, Zonnebeke.
Het Belgisch leger boekt een vooruitgang van ca. 7 kilometer.
Moorslede wordt heroverd, evenals het 'bosch van Houthulst'.
Bij deze acties sneuvelden volgende Retienaren: Pieter 'Victor' Frans Marien (28 september 1918, Moorslede), Jaak 'Gust' Van Herck (28 september 1918,Zonnebeke) en 'Gaston' Paul Marie Honoré De Vel, CIBI (29 september 1918, Klerken-Houthulst).
En nog: Victor Smets (3 oktober 1918, Oostnieuwkerke/Roeselaere) en Eugeen Hubert Thijs, CIBI (9 oktober 1918, Moorslede).

* 14, 15 en 16 oktober 1918: slag bij Torhout-Tielt.
Nieuw offensief ter herovering van Hooglede, en verder Roeselaere en Tielt.
De Duitsers hebben de kust ontruimd, het Belgisch leger rukte 17 kilometer ver op.
Tijdens deze raid sneuvelde Retienaar Marten 'Karel' Cox (15 oktober 1918, Woesten bij leper).

* 31 oktober e.v.: het Belgisch leger (samen met de geallieerde troepen) rukt verder op, het binnenland in.
De Duitsers bieden lokaal nog grote weerstand, vooral aan de strategische punten, zoals de Leie, het kanaal Gent-Terneuzen, de Schelde.
In deze zeer laattijdige fase van de oorlog sneuvelde de Retienaar Remi Lodewijk Maria Spooren bij Aalter (21 oktober 1918, Bellem/Aalter).

* 11 november 1918: in de morgen brengen telegraaf en telefoon aan al de legers het bevel van de oppercommandant over: 'De vijandelijkheden zullen op het gansche front ophouden van af 11 November, te 11 uren; tot nader bevel zullen de geallieerde troepen de linie welke zij op dien datum en op dit uur bereikt hebben, niet overschrijden.' (Guldenboek der Vuurkaart)
De balans van het eindoffensief luidde voor de Belgische troepen: nog eens ca. 40.000 gesneuvelde en gewonde soldaten en officieren.

Maar: DE WERELDOORLOG WAS BEEINDIGD.   Aan het front dan toch...


Roger Van den Put