De zoektocht van Robert Allen naar zijn vermiste oom

Op 14 september 2002, net een dag nadat we terugkeerden van een vijfweekse vakantie in de Verenigde Staten, werden mijn zus Chris en ik voorgesteld aan Bob (Robert) Cary, een Amerikaan uit Portland, Oregon.

Bob was op zoek naar de plaats waar de C-47 (ook wel Skytrain of Dakota genoemd) van zijn oom Carl 'Buddy' Cary op 19 september 1944 werd neergehaald door Duits afweergeschut.
Niemand van de vierkoppige bemanning overleefde de crash.
De enige informatie die Robert Cary had, was de naam van het Belgische dorpje waar zijn oom, bijna 60 jaar geleden, om het leven kwam.

Bob werd geboren op 6 januari 1945, slechts enkele maanden nadat zijn oom Carl het leven liet.
Op verzoek van zijn tante Naomi (de weduwe van de piloot) noemden zijn ouders hem naar haar gesneuvelde echtgenoot: Robert Allen Cary.
De tweede naam van zijn oom dragen vond Bobby later altijd wel speciaal.
Hij had altijd het gevoel dat hij een stukje van zijn 'uncle Buddy' in zich meedroeg.

Beginjaren negentig vond Bob oude foto's van zijn oom die genomen waren tijdens diens legerdienst, onder de Tweede Wereldoorlog.
In de oude doos staken ook brieven die zijn oom tijdens de oorlog aan zijn broer (Bobs vader) schreef.
In de brief keerde regelmatig de naam Eddy Davis terug.
Dit werd voor Bob hťt aanknopingspunt in de zoektocht naar wat er met zijn 'uncle Buddy' gebeurd was.
Via Eddy Davis kwam hij te weten dat het vliegtuig van zijn oom Carl in Retie neergestort was.

In 1994, na een reis door Europa met zijn twee zonen, hield Bobby Cary even halt in Retie.
Helaas, geen enkele van de personen met wie hij sprak, kon hem meer informatie bezorgen en hij keerde onverrichterzake terug naar de States.

Tot hij op 14 september 2002, na een zakenreis, opnieuw naar Retie kwam.
Via het internet was Bob toevallig in contact gekomen met een Nederlander, Hans, die op de hoogte was van de research die mijn zus en ikzelf deden i.v.m. het gecrashte vliegtuig in Kortijnen.
Hans vermoedde dat wij Bob wel zouden kunnen helpen.


Staartstuk van het vliegtuig met het identificatienummer van het toestel.

Foto genomen door Amerikaanse aalmoezenier in 1945 dichtbij de crashsite op het Bosend.

Aan de hand van de informatie die Bob had doorgegeven aan Hans, bleek dat het toestel vermoedelijk neergestort was op het Bosend.
Na enkele telefoontjes wisten mijn zus en ik verscheidene ooggetuigen van de vliegtuigcrash op het Bosend op te sporen.
Allemaal waren ze bereid om hun verhaal te vertellen.

Zo vernamen we dat vliegtuig 2100770 op 19 september 1944 waarschijnlijk werd neergehaald door Duits luchtafweergeschut, dat mogelijk opgesteld stond in de Zandstraat.
Het vliegtuig kwam vanuit de richting Geel/Kasterlee over Retie gevlogen met bestemming Eindhoven.
Ooggetuigen in Werbeek zagen dat het toestel snel hoogte verloor en een bocht van 180į maakte.
Waarschijnlijk een poging van de piloot om een noodlanding te maken in bevrijd gebied.
Het vliegtuig scheerde laag over de vier boerderijen die toen op het Meierend stonden.
Verscheidene ooggetuigen hadden sterk de indruk dat de piloot alles in het werk stelde om zeker de boerderijen te ontwijken.

Vliegtuig 2100770 kwam neer in een open veld, naast de boerderij van familie Borgers.
Een gedeelte van het toestel gleed zelfs over de weg en kwam terecht in een veld aan de overkant.

Duitse soldaten die een van de twee huizen van de familie Dijckmans op het Meierend bezetten, waren snel ter plaatse.
Ooggetuigen waren beslist niet gewenst.
Desondanks waren tal van personen, zonder medeweten van de Duitsers, getuige van wat er zich op de crashsite afspeelde.

Na ongeveer een halfuur waren de vier Amerikaanse bemanningsleden reeds begraven.
Vlakbij de plaats waar het vliegtuig was neergestort, in een ondiep graf en op een weinig respectvolle manier.
Dit greep de omwonenden erg aan.
De vader van Renť Borgers, Peer, plaatste vier zelfgemaakte houten kruisjes op de graven.

Een week later werd Retie bevrijd.
Op verzoek van pastoor De Voght werden de vier lichamen opgegraven en op het kerkhof van Retie begraven.

Op 2 juni 1945 werden ze overgebracht naar het Amerikaans militair kerkhof in Neuprť in WalloniŽ.

Enkel het lichaam van piloot Carl Allen Cary werd overgebracht naar zijn geboorteplaats, Heavener in Oklahoma.


Grafsteen van Carl Allen Cary.
Heavener Memorial Park Cemetery
Le Flore County Oklahoma, USA.


Samen met Bob brachten we in april 2003 een bezoek aan het kerkhof van Neuprť.
We vonden er de graven van de drie andere bemanningsleden:

  • Richard Rockwell: crew chief, New Hampshire, USA,
  • James Lawhorn: copiloot, Tennessee, USA,
  • John Hines: radio-operator, Florida, USA.

 

De graven van de bemanning op het Retiese kerkhof.
Uiterst links het graf van Carl Allen Cary.

Foto genomen door een Amerikaanse aalmoezenier in 1945.


Wat voorafging


De 'Little Jo' met centraal op de foto Lt. Carl Allen Cary.

  Carl Allen Cary werd geboren op 6 september 1921 in Heavener, een klein dorp in Oklahoma.
Zijn vader, William Frank Cary, was een ingenieur die aan de spoorwegen werkte.

Als opgroeiende tiener speelde Carl klarinet in een bandje.
Hij was ook een fervent motorrijder.
Met zijn Harley Davidson 45 bezocht hij vaak zijn vriendinnetje, Naomi Cheeck, die in een kleiner dorpje woonde, ongeveer 15 kilometer van Heavener.
De neef van Naomi, Carl Roop, en Carl Cary waren beste vrienden.
Men zag hen bijna altijd samen; 'de twee Carls' noemde men hen.

Begin 1940 ging Carl Cary naar de universiteit in Stillwater, Oklahoma, waar hij dezelfde studies aanvatte als zijn vader: ingenieur mechanica.
In 1942 trouwde hij met Naomi Cheeck.

Naarmate de tijd vorderde, werd het steeds duidelijker dat Amerika betrokken zou geraken bij de Tweede Wereldoorlog en dat Carl opgeroepen zou worden om naar het leger te gaan.
Hij besloot zijn legerdienst te vervullen als piloot.
Carl en Naomi reisden naar CaliforniŽ, waar Carl een basisopleiding als piloot kreeg.
Verdere opleiding bracht hen o.a. naar Arizona, Texas, Missouri en uiteindelijk Noord-Carolina, waar Carl als piloot trainde met parachutisteneenheden als voorbereiding op de invasie van het door Nazi-Duitsland bezette Europa.
Nadat de opleiding voltooid was, keerden de echtgenotes van de piloten terug naar huis.
In het geval van Naomi was dit Oklahoma.

De piloten werden naar de staat Indiana gebracht om er de nieuwe vliegtuigen (C-47) op te halen.
De bemanning van Carl Cary's C-47 - de 'Little Jo' - bleef bijna constant dezelfde: Cornelius (Buck) Arnott: piloot; Carl Allen Cary: copiloot; Richard Rockwell:crew-chief; John Hines: radio-operator.

De 'Little Jo' werd eerst naar Florida gevlogen, daarna naar de CaraÔben en verder naar BraziliŽ en over de Atlantische Oceaan naar Afrika.
In de lente van 1944 ging het verder naar Groot-BrittanniŽ.
De bemanning maakte deel uit van het 89ste Troop Carrier Group met basis in Greenham Commons, Engeland.

De maanden die juni 1944 voorafgingen, bestonden voornamelijk uit gezamenlijke oefeningen van de bemanning en de parachutisten van de 101ste luchtlandingsdivisie.
De paratroopers oefenden het valschermspringen en ook de zweefvliegtuigen kwamen eraan te pas.


Op de avond van 5 juni 1944 bereidden zowel bemanning als parachutisten zich voor op de invasie in NormandiŽ.
Het was ook in Greenham Commons dat generaal Eisenhower nog een bezoek aan zijn troepen bracht, net voordat de invasie van start ging.

De 438ste luchtlandingsdivisie was de eerste divisie die op 6 juni 1944, kort na middernacht, de eerste vlucht naar NormandiŽ maakte.
Het 89ste eskader had als taak parachutisten van de 101 ste luchtlandingsdivisie te droppen in DZ A (drop zone A), nabij Sainte-Marie-Eglise.
Na deze missie keerde de 'Little Jo' terug naar de basis in Engeland om die dag nog een tweede missie te vliegen naar Sainte-Marie-Eglise.
Ditmaal met zweefvliegtuigen die paratroopers en uitrusting vervoerden.

Na de invasie van NormandiŽ bestond de taak van de piloten en hun bemanning hoofdzakelijk uit het transporteren van voorraden voor de geallieerde grondtroepen, die steeds verder Frankrijk in trokken.

In augustus 1944 werd Carl Cary's eenheid overgebracht naar ItaliŽ om zich voor te bereiden op de dropping van paratroopers van de 101ste luchtlandingsdivisie, voor de invasie van Frankrijk.
Daarna keerden ze terug naar de hoofdbasis in Greenham Commons, Engeland, en gingen ze door met 'bevoorradingsmissies' tot ongeveer half september 1944.

Tijdens de eerste dagen van 'Operation Market Garden' (17, 18 en 19 september 1944) zag de lucht boven Retie 'zwart van de vliegtuigen'.
Een Massa C-47 toestellen, die bijna allemaal een zweefvliegtuig trokken, vlogen laag over onze streken.

Op 17 en 18 september, 1944, tijdens de invasie van Nederland, vloog de 'Little Jo' parachutisten over naar Eindhoven.
Op de derde dag, 19 september 1944, was het niet Lt. Arnott die de C-47 vloog, maar nam copiloot Lt. Carl Cary zijn plaats in.
James Lawhorn, die in feite een bemanningslid was van een zweefvliegtuig, fungeerde als copiloot en de andere, vaste bemanningsleden, John Hines en Richard Rockwell, waren ook aan boord.
Ditmaal trok de 'Little Jo' een zweefvliegtuig, richting Eindhoven, over het zuidelijk gedeelte van Retie ... met de gekende catastrofale gevolgen.

Verscheidene weken later ontvingen Carls echtgenote en zijn ouders een brief waarin stond dat de bemanning 'vermist' was.
Vrij vlug daarna ontving Naomi een brief van een van Carls beste vrienden, Eddy Davis, de piloot van het vliegtuig dat op 19 september 1944 naast de 'Little Jo' vloog.
Davis schreef dat de 'Little Jo' geraakt was door afweergeschut en dat de bemanning zo goed als zeker omgekomen was in de crash.

Mijn zus Chris en ikzelf zijn ontzettend blij dat we nog ooggetuigen vonden die ons, en vooral Bob Cary, konden vertellen wat er met de 'Little Jo' gebeurde.
Feiten die zo belangrijk zijn voor de familieleden van de bemanning die om het leven kwam.
Na bijna zestig jaar, met de hulp van vele ooggetuigen en informatie die van de ene generatie naar de andere werd doorgegeven, werd voor een Amerikaanse familie een mysterie zo goed als opgehelderd.

Graag bedanken wij allen, ook in naam van Bob Cary en zijn familie, voor het vertellen van hun verhaal, voor de tijd die zo spontaan werd vrijgemaakt en voor hun Kempische gastvrijheid.

Lydie Nuyts     




Herdenkingsmunument op het Bosend.

  Op zondag 19 september 2004 werd, dag op dag zestig jaar na de crash, een monument opgericht voor de bemanning van Douglas C-47 ĎLittle Joí.

De Dakota van het 89th Sqn 438th Troop Carrier Group werd precies zestig jaar eerder neergehaald tijdens operatie Market Garden.
Het was aan de linkervleugel geraakt door Flak opgesteld in Retie-Werbeek en kwam neer aan de Noordkant van Bosend.

De neef van de piloot, Robert Allen Cary, kreeg zijn tweede naam ter herinnering aan zijn gesneuvelde oom.
Geen wonder dus dat hij jaren later wilde uitzoeken wat er nu precies gebeurd was.
Zo kwam hij in contact met Chris en Lydie Nuyts, die eerder al voor de opzoekingen en het monument voor C-47A 42-100981 op Kortijnen hadden gezorgd.
Dit leidde tot de onthulling van dit nieuwe monument op de hoek van Bosend en de Vekenstraat.

Robert Allen Cary was met een Amerikaanse delegatie aanwezig, alsook een Colour Guard.
Zeer speciaal was de overvlucht en demonstratie door een authentieke C-47.
Deze cirkelde een hele tijd over Bosend, een schitterende display te meer daar het mooi weer was, en verdween met een rookpluim achter zich uit het zicht.

Zeer indrukwekkend, en een passend eerbetoon aan deze dappere bemanning.