Retie - Mountnessing: een missing link

Op 2 december 1991 begon ik met de uitvoering van een idee dat ik al jaren meedroeg.
Ik wou het verhaal kennen achter het ene soldatengraf op het Reties kerkhof.
Er staat op:
    1444720 Sergeant R.S. Sitch, wireless operator/airgunner Royal Air Force,
    22nd October 1943, age 21,
    For God so loved the world that he gave his only begotten son (St. John III 16).

De gegevens die ik ontdekte in het register van het oorlogskerkhof te Geel zetten mij op weg:
Ronald Stephen Sitch, 51 Sqdn, son of Stephen Henry and Nellie Clara Sitch of Mountnessing, Essex.


De grafsteen voor Ronald Sitch
op het kerkhof te Retie

Ik schreef een brief naar de burgemeester van Mountnessing, een plaatsje dat ik na lang zoeken op mijn Michelin-kaart ontdekte.
Het ligt iets ten noordoosten van Londen, in het graafschap Essex.

In de brief legde ik uit dat ik sinds mijn tienerjaren in de Tweede Wereldoorlog geïnteresseerd was en dat ik graag wat meer bijzonderheden vernam over die eenzame gesneuvelde.

Als we de mens achter de naam kenden, zouden we des te oprechter hulde kunnen brengen aan een Britse soldaat die zijn jonge leven voor ons opgaf, opperde ik.

Begin 1992 ontving ik, blij verrast, een brief van de Heer Richard N. Allen, voorzitter van de 'parish council', de parochieraad zeg maar, van het plaatsje Mountnessing.
Mountnessing telt slechts een duizendtal inwoners en heeft dus geen burgemeester, verklaarde meneer Allen.
Het dorpje maakt deel uit van de gemeente Brentwood en telt drie café's, een schooltje en enkele interessante oude huizen.
Maar de trots van Mountnessing is de windmolen, één van de weinigen in Engeland die nog echt werken.
De naam van Ronald Sitch staat er op het oorlogsgedenkteken, dicht bij de St. Giles Church.
Omtrent mogelijke verwanten kon meneer Allen enkel met quasi-zekerheid zeggen dat beide ouders van de jongen overleden waren.
Hij zou blijven zoeken, beloofde hij.

Ik stuurde een dankbriefje en vroeg wat mijn kansen waren om toegang te krijgen tot de Britse legerarchieven.

Op 23 maart 1992 kreeg ik van meneer Allen bijkomende informatie, en wel zeer interessante.
De vice-voorzitter van het parochiaal comité, Bert Anderson, was een echte luchtvaartfanaat.
Hij had blijkbaar een aantal luchtmacht-kennissen ingeschakeld, o.a. een gepensioneerde 'group captain' uit Lincolnshire, een zekere F.E. Doran.
Die verkreeg van het Ministerie de volgende gegevens:
Sergeant Sitch vloog in een Halifax II-toestel, met het vliegveld Snaith (in Zuid-Yorkshire) als basis.
Hij behoorde tot het 51ste eskader.
Zijn toestel, met nummer JQ 920, was een van de 569 (322 Lancasters en 247 Halifaxes) die deelnamen aan een aanval op Kassel, in de nacht van 22 op 23 oktober 1943.

De Duitse controleposten hadden zich niet laten misleiden door een schijnaanval op Frankfurt en konden zo hun gevechtsvliegtuigen op de Engelse hoofdmacht inzetten.

Ernstige Engelse verliezen waren het resultaat:
25 Halifaxcs en 18 Lancasters werden neergehaald.
De bemanning van nummer JQ 920 werd als vermist opgegeven.
Sergeant Sitch was de marconist/boordschutter van de bemanning.
De piloot, sergeant C. Hall, de navigator, sergeant G.H. Bennett, en twee andere boordschutters, sergeant J. Cowie en sergeant T.V. Lewis, liggen begraven op het Antwerpse Schoonselhof.
De bommenrichter, sergeant E. Parker en de vluchttechnicus, sergeant M.S. Williams, zijn samen met het toestel verdwenen in het moerasgebied waar zij neerstortten.
De archieven vermelden dat het toestel te pletter stortte in de omgeving van Kasterlee, 8 km ten zuiden van Turnhout.
De persoonlijke gegevens van sergeant Sitch vermelden dat hij geboren werd op 31 januari 1922 en dat hij in dienst trad op 4 juli 1941.
De meest nabije verwante zou meneer Ted Manning zijn, een neef.
De moeders van Ted en Ronald waren zussen.
Sergeant Sitch had een broer, die omkwam in een verkeersongeluk te Londen, voor de oorlog.
Zijn mentaal gehandicapte zus overleed in een instelling.
Zijn vader, loodgieter in Mountnessing, overleed na de oorlog.
Ook zijn moeder en een andere zus zouden inmiddels overleden zijn.

Samen met deze waardevolle informatie stuurde meneer Allen ook nog foto's op van het dorpscentrum, het oorlogsmonument, het huis waar de familie Sitch gewoond had, het schooltje waar Ronald had leren rekenen en schrijven.
Opeens was deze jongeman voor mij een heel concreet persoon en ik had nogal gemengde gevoelens, vreugde omwille van het onderzoeksresultaat, maar ook een zekere schroom, alsof ik een privéleven was binnengedrongen.
Woorden van appreciatie vanuit Engeland compenseerden dat laatste.
En ik kan alleen maar zeggen dat ik helemaal warm werd toen ik een bedankbriefje kreeg van Edward en Ros Manning.
Zij bevestigen dat zij de enige nog levende verwanten van Ronald Sitch waren.


Bericht in de plaatselijke pers

Begin november 1992 ontving ik een kartonnen doos uit Engeland.
Zij bevatte een 'poppy wreath', een klaprooskrans zoals die in Groot-Brittannië op oorlogsgraven gelegd worden wanneer 11 november nadert.
Een begeleidend briefje verzocht mij deze krans namens Mountnessing als eerbetoon aan te brengen op het graf van Ronald in Retie.

Ik heb dat graag gedaan en nam me voor af en toe eens langs het kerkhof te gaan.

De interesse voor Ronald Sitch heeft intussen ook de Britse pers gehaald, wist Bert Anderson mij te vertellen.
Mijn brieven werden trouwens ook afgedrukt in het plaatselijke parochieblad.
Leger-enthousiast Anderson deed nog meer opzoekingswerk.
Hij kwam tot de bevinding dat het bewuste vliegtuig gebouwd was door London Passenger Board (voor de oorlog busconstructeurs!) en dat het in Ronalds eenheid was afgeleverd tussen 7 juli en 15 september 1943.
Het toestel heeft dus maar een heel kort leven gehad.

Bert bezocht ook het vroegere vliegveld Snaith en stuurde me enkele foto's.
Een dertigtal vervallen gebouwen staan daar nog steeds overeind, maar de hoofdstartbaan is weg.

Het briefje van Meneer en Mevrouw Manning rondde voor mij eigenlijk het onderzoek af.
Toch ben ik er mij van bewust dat er nog mogelijkheden open liggen.
Met name de omstandigheid dat slechts een bemanningslid van de Halifax in Retie begraven ligt, is bevreemdend.

De plaats van de crash meen ik intussen gevonden te hebben.
De bodem is er inderdaad zeer moerassig en zoeken naar verdere sporen is wellicht zinloos.
De eigenaar van de grond heeft trouwens al meer dan z'n deel gehad van opdringerige souvenirjagers die zonder toestemming zijn eigendom doorwoelen.

Als de tijd het me toestaat neem ik de draad nog wel eens op.
De contacten met Mountnessing wil ik alleszins onderhouden.
Vroeg of laat staat den deze daar bij het oorlogsmonument.


Juli 1994 -Willy Thijs
Terug          Ga naar deel 2