Kortijnen 1944-2001: een verschroeide puzzel.


Op 8 september 2001 kwam een stukje oorlogsgruwel weer tot leven in het anders zo rustige Kortijnen.
Toen werd, in aanwezigheid van een uitgebreide Amerikaanse delegatie, een gedenksteen onthuld voor de 15 Amerikaanse soldaten die er, op 17 september 1944, crashten met hun C-47 Dakota.
Negen jonge levens kwamen er bruusk aan een einde.
Verwanten van de gesneuvelden keken verlangend uit naar die achtste september.
Het was hun D-day, al was het een dag van definitief afscheid nemen.
Want het was ook een dag van blij ontmoeten.
Sinds enkele maanden is er immers een levendig contact tussen hen en de zussen Chris en Lydie Nuyts, dochters van Leon en Maria Nuyts-Adriaensen.
Het Amerikaanse toestel, getroffen door Duits afweer geschut, stortte vlak naast de hoeve van hun overgrootvader neer.
De boerderij en twee schuren gingen mee in vlammen op.
Het wrede toeval van de oorlog had weer toegeslagen.
In Amerika kregen negen gezinnen een onheilsbericht, in Retie begon men puin te ruimen.
Maar in de States bleven veel vragen onbeantwoord: familieleden van de gesneuvelden waren meer dan een halve eeuw in het ongewisse over de omstandigheden waarin hun geliefden omkwamen.
Tot mensen mekaar begonnen te vinden aan weerszijden van de Atlantische Oceaan, via het Internet.
Na 57 jaar konden de verschroeide puzzelstukjes samengelegd worden.

Wij proberen het verhaal te reconstrueren.

In september 1944 beslisten de geallieerde strijdkrachten om de bevrijding van Europa, ingezet met de landing op Normandië, te versnellen.
De operatie Market Garden, de grootste luchtlandingsoperatie van de gehele Tweede Wereldoorlog, zou het mogelijk maken de oorlog te beëindigen tegen Kerstmis van dat jaar.
Drie geallieerde luchtlandingsdivisies, twee Amerikaanse en één Britse, zouden een parachutisten-aanval uitvoeren achter de Duitse linies om de bruggen over de Rijn bij Arnhem te veroveren en zo een snelle opmars van het Britse Tweede Leger mogelijk te maken. (We kennen het verhaal uit het boek A bridge toofar van Cornelius Ryan en de gelijknamige film van Richard Attenborough.)
Het was een gigantische operatie waaraan 3500 vliegtuigen deelnamen maar die helaas niet het beoogde doel bereikte.
Op 17 september zou de aanval van start gaan.
Zoals gebruikelijk zou er een kleine groep van parachutisten, Pathfinders genaamd, vooruitgestuurd worden om drop- en landingszones te markeren voor de hoofdmacht.
Vermits deze operatie bij daglicht werd uitgevoerd moest het een zeer beperkte voorpost zijn: zes teams van tien parachutisten, verspreid over zes vliegtuigen.
Om 10.40 u. (Engelse tijd) stegen de toestellen op in Chalgrove Airdrome (Groot-Brittannië).
Vijf van de zes bereikten hun doel, slechts tien minuten voor de massieve hoofdmacht begon te arriveren.

Enkele 'Pathfinders' van de 101 ste Airborn
Enkele 'Pathfinders' van de 101 ste Airborn
met o.m. eerste luitenant Charles M. Faith en soldaat George L. Sarlas
(eerste en tweede van links achteraan)
 
Het zesde toestel, met het nummer 42-100981, werd om 12.32 u. (Engelse tijd), 13.32 uur (plaatselijke tijd), boven Retie getroffen door Duits luchtafweergeschut.
Aan boord waren tien Amerikaanse para';s van de 101ste Airborn Division (de zogenaamde Screaming Eagles) en vijf bemanningsleden.
De piloot was luitenant Eugene P. Shauvin uit Spokane, Washington.
Terwijl hij op nauwelijks 450 meter hoogte vloog werd zijn toestel in de linkermotor- en brandstoftank geraakt door een brandgranaat.
Er was een zware explosie, gevolgd door een hevige brand.
Het vliegtuig ging onmiddellijk in duikvlucht.
Minder dan 20 seconden later stortte het neer op het kleine gehucht Kortijnen, waar in september 1944 zes boerderijtjes stonden, binnen een straal van 700 meter.
Zes parachutisten waren erin geslaagd om uit het brandende toestel te springen.
De overige vier para's en de voltallige bemanning konden niet meer ontsnappen.
Het toestel crashte naast het huis van Jan Adriaensen.
De brandende brokstukken zetten zijn boerderij onmiddellijk in lichterlaaie.

De hoeve werd op dat moment bewoond door acht mensen: Jan Adriaensen en Coleta Broeckx met hun ongehuwde kinderen Trees, Hein en Stans, en hun getrouwde dochter Julia, die 'inwoonde' met echtgenoot en kind.
Omdat er geschoten werd op laag overvliegende toestellen, waren alle bewoners in de kelder gaan schuilen, op één na: schoonzoon Jef Blockx was in de stal de koeien aan 't 'strooien'.
Hij hoorde de dreun, zag het vuur en haastte zich om iedereen uit de kelder te halen.

Vader Jan begon in de stal de koeien los te snijden, dochter Stans snelde naar het naburige huis, naar haar broer Louis om hulp.
De boerderij had een half strooien dak: in geen tijd stond het gebouw volledig in brand.
Het lossnijden van het dozijn koeien bracht geen redding voor de dieren.
Ze waren nooit naar buiten geweest en men kon ze ook nu met geen stokken uit de stal krijgen.
De mannen moesten weg uit de levensgevaarlijke situatie en de beesten kwamen om.
Ook de schuur van de familie Adriaensen en de schuur van de aanpalende boerderij van Peer Franken, vlak ernaast, gingen in vlammen op.
In het huis aan de overkant van de straat sprongen de ruiten van de hitte.
De overige gebouwen in de omgeving konden gevrijwaard blijven door muren en daken zo nat mogelijk te houden.

Wat gebeurde er intussen met de zes parachutisten die uit de brandende Dakota gesprongen waren?

Boerderij van Jan Adriaensen en Coleta Broeckx
Boerderij van Jan Adriaensen en Coleta Broeckx met Jan
Adriaensen, Jef Blockx, Julia Adriaensen,Marie Blockx (baby),
Coleta Broeckx, Trees Adriaensen en Sus Adriaensen
 
Vijf van hen werden al vrij snel door de Duitsers krijgsgevangen gemaakt.
De zesde, hun commandant, luitenant Charles Faith (later kolonel), wist uit de handen van de Duitsers te blijven.
Hij vluchtte door veld en Looiendse Nete en kwam uiteindelijk op de Duinberg terecht, waar hij door de familie Vos verborgen werd tot aan de bevrijding, een week later.
Toen werd hij in triomf, met paard en kar, en met muziek, naar het gemeentehuis van Retie gebracht.
Charles Faith, een Texaan, is nu de enige overlevende van toestel 42-100981.
In 1989 bracht hij nog een bezoek aan de familie Vos en werd hij op het gemeentehuis van Retie ontvangen.

De dagen volgend op de crash bleven voor de bewoners van Kortijnen uiterst beangstigend en chaotisch.
Toen zij uit hun schuilplaatsen kwamen begroeven zij, samen met het Rode Kruis en onder toezicht van het Duitse leger, de stoffelijke resten van de gesneuvelde Amerikanen in acht graven aan de straatkant.
Acht graven slechts, hoewel er negen slachtoffers waren.
De piloot, tweede luitenant Eugene P. Shauvin, werd later als MIA, missing in action, opgegeven.
Op bevel van de Duitsers werden de slachtoffers kort nadien ontgraven en naar het kerkhof van Retie overgebracht.
In juni 1945 werden de lichamen opnieuw ontgraven en vervoerd naar het Amerikaans militair kerkhof van Neuville-en-Condroz, bij Luik.
Na de oorlog konden de Amerikaanse families hun geliefden laten overbrengen naar de States.
Voor zeven van de acht geïdentificeerde slachtoffers van de Kortijnen-crash gebeurde dat ook effectief.


Hoe is het idee van een herdenkingsplechtigheid er dan gekomen?

In mei 2000 was een dame uit Eindhoven in Kortijnen op zoek naar de plaats waar in 1944 een C-47 Dakota was neergestort.
Haar naam: Petra Wenstedt-Pulles.
Wijlen haar vader had een groot deel van zijn leven gewijd aan opzoekingswerk naar de gesneuvelden van Market Garden en meer-bepaald naar de 101 ste Airborne Division, de eenheid die Eindhoven had bevrijd.
Petra zette het werk van haar vader voort.
Zij was via het Internet gecontacteerd door Kevin Deering die op zoek was naar de geschiedenis van zijn oom George Sarlas, uit Chicago.
George Sarlas was een van de parachutisten die in Kortijnen omkwam.
Verdere opzoekingen brachten Kevin Deering in contact met historicus Dave Berry uit Ohio, die al langer dit soort opsporingswerk verrichtte.
En Berry was aangezocht door Linda Shauvin uit Spokane, Washington: zij was al jaren op zoek naar de omstandigheden waarin haar vader, piloot Eugene Shauvin, was omgekomen.

Eugene P. Shauvin, dochter Linda en zijn vrouw Phyllis
Eugene P. Shauvin,
met dochter Linda en zijn vrouw Phyllis
 
Linda was drie toen haar vader als vermist werd opgegeven.
Luitenant Shauvin kwam uit een familie met acht jongens en één meisje.
Zes van de Shauvin-broers vochten in de Tweede Wereldoorlog.
Eugene had zich als vrijwilliger opgegeven voor de gevaarlijke Market-Gardenoperatie.
Na de oorlog werd zijn naam op het Amerikaans kerkhof van Margraten in de 'Muur van de vermisten' gebeiteld.
Zijn echtgenote Phyllis en zijn dochter Linda bleven achter met hun vragen...

Historicus Dave Berry en Kevin Deering, neef van de gesneuvelde Sarlas, vonden ook de woonplaats van kolonel Faith, de enige overlevende van het hele gebeuren.
En toen geraakte alles in een stroomversnelling.
Eind 2000 kwam Linda Shauvin voor het eerst in contact met Chris en Lydie Nuyts, achterkleinkinderen van Jan Adriaensen, wiens woning door het neergestorte toestel verwoest werd. (Chris woont nog steeds op de plaats van de ramp in Kortijnen.)
Recente foto van Linda Shauvin
Recente foto van Linda Shauvin

 

Er ontwikkelde zich een drukke E-mailcorrespondentie tussen de VS en België.
Amerika wou graag 'eens langskomen'.
En zo raakte de bal aan het rollen.

De tweede week van september is het zo ver: een uitgebreide Amerikaanse delegatie zal Kortijnen dan opzoeken.
Linda en Phyllis Shauvin zullen er zijn, Kevin Deering, neef van George Sarlas, Jim Faith, zoon van Charles, evenals de zus van korporaal Stephens, maar ook historicus Dave Berry en mogelijk zelfs een Amerikaanse TV-ploeg.

Op 8 september om 14.30 u. zal, met passende omkadering, een gedenksteen onthuld worden op de plaats van de crash.
Het is een gelegenheid die een Retienaar met belangstelling voor zijn verleden niet mag laten passeren.

Willy Thijs
Ga naar deel 1      Terug      



Met dank aan Chris en Lydie Nuyts, Linda Shauvin, Kevin Deering, Dave Berry, Petra Wenstedt-Pulles en al wie zich verdienstelijk maakte in de respectvolle reconstructie van dit stukje verleden.