Kinschot

Vrij algemeen wordt aangenomen dat de familie Van Kinschot voortkomt uit de belangrijke adellijke familie Van Schooten, die ook de naam Van Breda gedragen heeft.
Deze familie bezat in de 13de eeuw o.a. het leen 'Schootenbroek' in de 'prochie van Rijckevorsele'.


Wapen van Kinschot

Sommigen beweren dat de plaatsnaam Kinschot afkomstig is van de familie.
Zij verwijzen daarbij naar Jan, 'kint van Schooten' genaamd, die vanaf 1280 in het bezit was van het leen Schootenbroek.
Kinschot zou dus een vervorming zijn van 'kint van Schooten'.

Daartegenover staat dat de onbekende auteur van de 'Genealogie van het geslacht van Schooten' (Stadsarchief Turnhout) vermeldt dat Petrus Van Kinschot, leenman van hertog Jan III van Brabant, evenals zijn vader Jan, genaamd 'kint van Schooten', en zijn grootvader Jan Hendrixsone van Schooten, te Turnhout woonachtig waren.
Daar hadden zij een leen van de hertog van Brabant in hun bezit, Kinschot genaamd.
Als plaatsnaam is Kinschot samengesteld uit kin, wat grove spar betekent, en schot of schoot, wat hoger liggend land dat uitsteekt in een moerassig gebied aanduidt.


Landgoed
Het landgoed Kinschot strekte zich in de Middeleeuwen op ongeveer dezelfde plaats uit als het gehucht Kinschot nu:

'Te weten van over de Beke gheheeten de Wampe aan het huys Dijck Loots loopende de straetewaerts naar Kinschot van het huys van Claes De Haen ende in de breedte zuyt-west-waerts tot aan de goeden van 't clooster van Corssendonck ende zuydt-oost aen de Aelstbroeken tot het waterloopken aan de Gevaert.
Item oostwaert aan de Smeelen van Tongerloo-heyde ende naar den Noorden totte straete commende van het ghehughte van Schoonbroeck, alsoo naer Roy wederom loopende tot aan dezelfde beecke van de Wampe'
. (Welvaerts, Corsendonc)

In zijn werk 'Turnhout'; vermeldt De Laet het bestaan in de 14de eeuw van 'het kasteel van Kinschot, waarvan men de plaatsing nog aanwijst op de oever van een kleine rivier'.
Waarschijnlijk had dit gebouw geen echt versterkt karakter, daar er sprake is van een kasteel en niet van een burcht, alhoewel de ligging aan een rivier (de Wamp) toch op een kleine verdedigingsfunctie wijst.

Een invloedrijke familie
In de opeenvolgende generaties van de familie Van Kinschot zijn heel wat personen terug te vinden die vrij belangrijke religieuze of politieke functies bekleed hebben.
Voor onze streek zijn Jan, Jasper en Franciscus vermeldenswaard.

Jan Van Kinschot werd op 27 juni 1473 benoemd tot de 23ste abt van Tongerlo.
De prelaatsverkiezing verliep echter niet zonder moeilijkheden.
Een gunsteling van de hertog van Brabant, een zekere Ferricus, kanunnik van Kamerijk, later bisschop van Doornik, wist de keuze te doen vernietigen en kreeg van paus Paulus III de abdij onder zijn hoede.
De kloosterlingen en de verkozen abt Jan Van Kinschot slaagden er echter in de indringer ervan te overtuigen dat dergelijke praktijken nadelig waren voor de kloostergeest en hij zag van het ambt af.

Een broer van Jan Van Kinschot, Jasper Van Kinschot, was kanunnik in het Sint-Pieterskapittel te Leuven.

Hij werd meester in de Artes en promoveerde in de Godgeleerdheid.
Hij werd op 28 februari 1468 tot rector van de universiteit verkozen.
Hij werd bestuurder van de Valk, een van de vier pedagogieŰn die de faculteit der Artes uitmaakten.
Deze functie nam hij waar tot aan zijn dood op 1 januari 1488.
Jasper Van Kinschot hielp de minder gegoede jongeren materieel bij hun studies in Leuven.
Door zijn laatste wilsbeschikking van 10 mei 1487 stichtte hij twee beurzen voor bloedverwanten en Turnhoutenaars.
Deze mochten, na met behulp van een kleinere beurs de wijsbegeerte te hebben gevolgd in zijn pedagogie, godgeleerdheid of recht studeren in de colleges van de Heilige Geest of van Sint-Ivo.

Franciscus Van Kinschot wordt in 1618 vermeld als raadslid in de Raad van Brabant.
Deze raadsleden hadden als taak de hertog van Brabant te helpen met regeren.
Op 7 april 1644 werd het landgoed Kinschot door Filips IV tot een heerlijkheid verheven en aan Franciscus Van Kinschot verkocht voor 1500 gulden:

'Hebbe onder anderen terhandt genomen de vercoopinghe van de Heerlyckheyt ende gehuchte van Kinschot geleghen onder de vryhcyt ende het quartier van Turnhout, omtrent ÚÚne uur gaens van de selve, begrypende thien huysen sonder eenigh incomen, mette hooghe, leeghe ende middele Jurisdictie ende Justitie enz. op expresse conditie van te houden de voorgeschreven Heerlykheyt van Kinschot van ons tot eenen vollen leene ter oorsaecke van onzen leenhove in Brabant' . (Welvaerts, Corsendonc)

Op 9 maart 1650 krijgt Franciscus Van Kinschot de omschrijving van de heerlijke rechten van Kinschot, opgesteld in naam van Amalia van Solms, prinses van Oranje, Vrouwe van Turnhout.
Franciscus bezat de 'hoge, middele en lage' rechtspraak.
Ter uitvoering hiervan mocht hij een meier benoemen en ook vijf schepenen, die samen met de twee schepenen van Turnhout, die voorheen Kinschot vertegenwoordigden, een schepenbank vormden.
Ze beschikten over het recht van kennisgeving, bericht, rechtspraak en vonnis, in verband met alle criminele en civiele zaken.
Ze hadden eveneens het recht samen met de magistraat en de schepenen van Turnhout te beslissen over beden en lasten.
Verder bezat Franciscus het jacht- en vismonopolie, hij mocht zich de opbrengsten van boetes, verbeurd verklaarde goederen van bastaarden, vreemde en verloren goederen toe-eigenen.
Hij had bovendien een monopolie op de gemene wegen en op de lege plaatsen.

Het is ook deze Franciscus Van Kinschot die op 26 februari 1660 de 'caert' der 'Sint-Sebastiaansgulde van Schoonbroek en Kinschot reeds vroeger opgericht door Octroy van Zijne Majesteit' schenkt.

Wapenschild


Wapenschild

Jan Hendrixsoon, 'kint van Schooten', kiest in 1250 als wapenschild dat van de familie van zijn vrouw: Herlaer.
Het bestond uit een zwarte dwarsbalk, aan boven- en onderzijde voorzien van kantelen, op een veld van goud.
Jan Van Kinschot voegde in 1350 drie bijen in natuurlijke kleur toe aan het wapenschild.
Maar in 1647 krijgt Franciscus Van Kinschot toestemming van Filips IV om de drie bijen te verwijderen.
Het volledige schild van Franciscus Van Kinschot wordt gedekt door een gouden kroon.
Aan weerszijden van het schild worden twee schildhouders afgebeeld: links de Heilige Maagd met een bloedend hart, voorzien van een gouden kroon en een sluier van gouden sterren, en rechts een zilveren eenhoorn met kroon, baard en hoeven van goud.


In de Sint-Michielskathedraal in Brussel bevindt zich het grafmonument Van Hendrik Van Kinschot.
Boven de inscriptie 'Monumentum Familiae De Kinschot' is het familiewapen aangebracht.
Deze Hendrik Van Kinschot overleed op 21 april 1537 en werd, evenals zijn op 20 juni 1553 gestorven vrouw Barbe de Meldau, vˇˇr het altaar van de Heilige Apollonia in de Turnhoutse Sint-Pieterskerk begraven.
Tot hun nagedachtenis werd een drieluik geschilderd dat zich nog altijd in de Sint-Pieterskerk bevindt.
In het midden wordt de marteldood van de Heilige Apollonia getoond.
Rechts is de marteling van de heilige Agatha weergegeven en links de onthoofding van een andere heilige, waarschijnlijk de Heilige Agnes.

Gust Adriaensen
Terug


Dit artikel is grotendeels gebaseerd op een studie van Goedele Adriaensen over 'De familie van Kinschot van de oorsprong tot het begin van de 17de eeuw'.