Het kanon van Dessel

Meer dan honderd jaar geleden had Dessel een eigen kanon.
Niet om het grondgebied en het vege lijf van de inwoners te verdedigen, maar wel om bij feesten en plechtigheden vreugdeschoten te lossen.
Het kanon was in 1865 gemaakt door de smid Antoon Verdonck (1803-1874), die aan de Hamerplaats tussen de Kwademeer en de Hofstraat woonde.
De Hamerplaats - een officiŽle naam tussen 1891 en 1930 - zou zijn naam te danken hebben aan het feit dat er twee smeden en een wagenmaker woonden.
Naast Antoon Verdonck, die in officiŽle documenten 'meestersmid en meesterwagenmaker' genoemd werd, woonde er ook nog Jozef Verhaert, 'meestersmid'.

In 1865 werd kunstschilder Karel Ooms op twintigjarige leeftijd laureaat aan de Koninklijke Academie van Antwerpen.
Deze gebeurtenis ging in Dessel niet onopgemerkt voorbij.
Het hele dorp stond in rep en roer.
Dessel zou zijn zoon een onvergetelijke thuiskomst bezorgen.
Iedereen schoot in actie om het dorp te versieren voor de plechtige ontvangst van de jonge veel belovende schilder, op donderdag 11 mei 1865.
Laurent Bongaerts schreef over deze heugelijke dag een Verslag der feesten van Desschel gegeven bij de bekrooning des Heer en Karel Ooms, in het vak der schilderkunst bij de Koninklijke Academie te Antwerpen.
Hierin lezen we hoe het kanon van Dessel geboren werd:
"Antoon Verdonck, de smid werkte zijn vernuft uit op een kanon, dat Karels zegepraal op den adem van den wind uren en uren ver zou wegdragen.
De vlijtige man werd helaas bij zijne eerste proefneming bedrogen, want na de ontploffing was het kanon als bij tooverslag weggevoerd zonder dat er nog een enkel stuk van te vinden was.
Waar was het gebleven?..
Men wist het niet dan den volgenden dag, wanneer de eene langs hier, de andere langs daar met gebrokene ijzerstukken kwam aandragen.
Het was waarlijk eene pijnlijke zaak voor den smid : zou hij den moed laten zinken? Neen.
Hij meent een nieuw middel gevonden te hebben, en waarlijk het tweede kanon beantwoordt beter aan zijn verlangen dan het voorgaande.
Tweemaal had de grond gedreund onder deszelfs donderende scheuten, en nog altijd bleef het nieuwe veldstuk ongeschonden.

Hoerah! Bravo!
Ditmaal eene volle lading klonk het uit den talrijken groep der belanghebbende aanschouwers.
Zoo gezegd, zoo gedaan.
Men deed zeven oneen poeder in de bus, en... paf, daar bezwijkt het nieuwe meesterstuk weer onder zijne krachten.
Antoon was door deze pletterende tegenkanting als teneer geslagen: wat moest hij doen?
Weder rijst eene heldere straal van hoop in zijnen donkeren geest op: aan de vaart had hij vroeger een colossale ijzeren bus gezien, waar vroeger de brug op gedraaid had.
Dit zwaar stuk zou gewis aan de krachten van het poeder weerstaan, en daar en boven, op eenige uren was dezelve in een kanon herschapen.
Dergelijke gedachten vlogen hem door het hoofd en reeds eene halve uur nadien lag de gewaande buis in zijne werkplaats.
De laatste proefneming lukte volkomen: het nieuwe kanon deed den grond onder zijne slagen daveren, zonder dat het minste er aan gehinderd werd.
Het monsterachtig schietgetuig werd op een open plein in gereedheid gebracht en de smid had zijne taak voleind en mocht met moed en gerustheid den plechtigen dag te gemoet zien."



Het kanon van Dessel

En of het kanon werkte!
Op 11 mei 1865 was heel Dessel vanaf 's morgens vroeg in de weer.
De klokken werden geluid en het kanon werd in werking gezet:
"Het veldstuk van den smid mocht in dit plechtig oogenblijk niet achteruit blijven en deed de glasramen onder zijne donderende slagen rammelen."
Aan bijna elke woning in het centrum van het dorp hingen opschriften, gedichten en verzen ter ere van Karel Ooms.
Zo ook bij de smid:
"Hier zijn we nu aan de kanongieterij van Antoon Verdonck.
Luistert: Wagemans en Toon de Smed / Sieren 't huis ook wonder net / Daarbij hoort men nog alom / 't Brommen van ons nieuw kanon."


En brommen zou het kanon van Dessel nog jaren lang doen.
Het werd voor de laatste keer gebruikt in Retie op donderdag 8 juli 1886 bij de ontvangst van Mgr Goossens, aartsbisschop van Mechelen.
Die dag was de kerkleider naar Retie gekomen om de kinderen van Retie, Schoonbroek en Dessel het heilige vormsel toe te dienen.
De monseigneur werd met de gepaste eer ontvangen en het hele dorp was in feeststemming:
"Van 's morgens vroeg dreunde het kanon en kondigden de klokken het feest aan" (Gazet van Antwerpen, 10 juli 1886).
Dat kanon bleek het kanon van Dessel te zijn, maar het zou hier ook zijn zwanenzang beleven.

Een week later verscheen in de Gazet van Moll het volgende bericht:
"Het vermaard kanon van Desschel dat de smid Toontje Verdonck (zalige gedachtenis) tijdens de feesten van den schilder Karel Ooms, 1865, met zoveel genie vervaardigde en hetwelk sinds dien tijd in meest alle Kempische feesten aanwezig was, om door zijn gedonder de vreugde wijd en zijd te verkondigen, heeft, eilaas! zijn laatsten dag beleefd...
De Rethynaren, welke tijdens de plechtige inhaling van onzen hoogwaarden aartsbisschop het tuig in gebruik hadden, en waarschijnlijk - de kracht van het poeder niet genoegzaam kennende - staken er te veel op - en het kanon berstte van woede.
' Sic transit gloria mundi.'
Het nieuws heeft eene groote verslagenheid te Desschel teweeg gebracht, die echter min of meer gematigd werd, zoohaast zij vernamen dat de Rethynaars hun met een Kanon-Krupp in wisseling gingen vereeren."


Na 21 jaren trouwe dienst gaf het kanon van Dessel de geest.
Of die van Retie hun woord gehouden hebben, konden we niet achterhalen.
Misschien moeten we hen daar nog eens aan herinneren!

Luc Damen
Terug