Even voorstellen...Frans Bruyninckx

Frans Bruyninckx

In deze editie een kleine variatie op het gebruikelijke interview.
De keuze viel ditmaal op een tribuut aan Frans Bruyninckx.
Al weet ik: mocht Frans nog leven, hij zou het mij stellig ontraden.
Frans was nu eenmaal geen hogeborstklopper, geen tafelspringer.
Hij verkoos de veilige schaduw boven het agiterende licht van de schijnwerper.
Sierde bescheidenheid de meester?
Bij Frans was dat volstrekt het geval.
Als mens was hij een goedhartige vriend en als kunstenaar een meester in verschillende disciplines.
Daarom tóch dit kleine eerbetoon als een warme herinnering aan Frans Bruyninckx.

Frans werd op 20 december 1932 in Retie geboren als tweede zoon van Jozef (Jef) Bruyninckx en Maria (Mieke) Segers.
Jef was afkomstig uit Arendonk, Mieke uit Dessel.
Jef was douanier wat met zich meebracht dat ze voortdurend moesten verhuizen.
Toen hij een vaste dienst kreeg, werden de verhuizingen beperkt tot het Retiese grondgebied.
Jef was een bevlogen grenswachter.
Ooit heeft hij in het donker een helse achtervolging ingezet om een smokkelaar tot staan te brengen.
Toen dat uiteindelijk lukte, bleek dat hij zijn eigen neef geklist had.
Jef heeft ook aan het IJzerfront gevochten in de Eerste Wereldoorlog.
Hij raakte er diep geschokt door de Belgische legerleiding die de Vlaamse taal smadelijk negeerde.
Hij werd na de oorlog actief lid van het Davidsfonds en bleef zijn verdere leven fervent Vlaamsgezind.
Mieke, destijds in Retie goed gekend als Mieke Bruyninckx, was de goedheid zelve.
Ondanks het feit dat Mieke al vroeg weduwe werd – Jef stierf in 1943, Frans was toen elf, oudere broer Edward (Ward) negentien jaar oud – trok zij zich behoorlijk uit de slag.
Mieke werd kokkin op trouw- en communiefeesten.
Eerst alleen, later samen met Maria Crols (Marie van Peer Gijs) en Leonie Smets.
Zij deden ook de voorkook en na het feest nog de hele afwas.
Behoorlijk zwaar werk.
Maar Mieke deed dat doodgaarne.
Ze bloosde en blonk dan van de inspanning maar ze straalde van contentement als de mensen tevreden waren.
Ik herinner me Mieke nog als de warme, goedlachse en fijngevoelige ‘moemoe’ van mijn neefjes Bruyninckx, waar zij zo gek op was.

Frans Bruyninckx: beschouwend, verstild...



Jozef (Jef) Bruyninckx


Oudere broer Ward werd priester.
Na zijn studies aan het Sint-Jan Berchmanscollege in Mol ging hij naar het seminarie in Mechelen.
Op 4 april 1948 werd hij er priester gewijd.
In zijn jonge jaren was Ward een bezielende kracht in de studentenbond van Retie.
Later werd hij nationaal proost van de Chiro.
Als gerespecteerde leraar gaf hij les aan het Sint-Jan Berchmanscollege in Antwerpen.
Ward schreef ook prachtige bezinningsteksten en excelleerde in de vele taken die hij op zich nam, zowel profane als religieuze.
Hij bleef in hechte verbondenheid Retie trouw, noemde zichzelf al schertsend: ‘de bisschop van Retie’.

In dit deugdzame, vrome maar beproefde gezin groeide Frans op.
Zes verhuizingen maakte hij mee, allemaal in het centrum van Retie.
Of dat Frans beïnvloed heeft tijdens zijn kinderjaren is moeilijk te achterhalen.
Denkbaar is wel dat het vroege overlijden van vader en het buitenshuis werken van moeder hem soms in een stille eenzaamheid dreven.
Bovendien had ook Ward Retie verlaten om zijn studies aan het seminarie verder te zetten.
Het kleine gezinnetje werd vrijwel gehalveerd.
Gelukkig bracht zijn lidmaatschap bij de Retiese studentenbond enig

Maria (Mieke) Segers


soelaas en kon hij zich daar, samen met zijn kameraden, ten volle uitleven.

Het lager onderwijs genoot Frans in de gemeentelijke jongensschool in Retie.
Daarna volgde hij enkele jaren humaniora aan het Sint-Victorinstituut in Turnhout, maakte dan de overstap naar de Vrije Technische Scholen Turnhout in de Zandstraat.
Hij koos er voor de richting Metaalbewerking.
Of Frans onmiddellijk na zijn studies werk vond, is niet bekend.
Wel dat hij in 1951 onder de wapens werd geroepen en zijn soldatenplicht vervulde in een stafcompagnie die instond voor het onderhouden van legermaterialen.
Na zijn legerdienst kon Frans beginnen werken bij ‘den Bell’ (Bell Telephone Compagnie) in de Boudewijnstraat in Antwerpen.

Op 3 juni 1958 trouwde hij met Josée Aarts.
De jonggehuwden vestigden zich in de Grotehondstraat in Antwerpen.
Dat gaf Frans ook de gelegenheid om er een lerarenopleiding te volgen.
Maar Josée werd vaak overmand door heimwee, verlangde heel erg naar Retie, naar thuis.
Gelukkig kon Frans vrij snel aan de slag als leraar in de Vrije Technische Scholen Turnhout.
Retienaar en priester Leopold Van Elst was er directeur.
Frans en Josée verhuisden naar Retie en ze huurden een huis op het Meierend.
Het leek op een nieuw begin.
Frans trok de obligate, witte lerarenstofjas aan en bracht zijn leerlingen de kennis van het technisch tekenen en de werktuigbouwkunde bij.
Gedurende 28 jaar heeft hij met toewijding zijn onderwijzersplicht vervuld.

In 1961 verhuisden Frans en Josée naar hun nieuw gebouwde woning in de Biezenstraat.
Een laatste verhuis in 1997 bracht hen terug naar het dorpscentrum.
Ze hadden het huis van Ward (broer van Frans) gekocht aan de Turnhoutsebaan en renoveerden het tot een smaakvolle, gezellige woonst.


Frans Bruyninckx op tweejarige leeftijd.


In militaire dienst in 1951.

Vanaf begin de jaren 1960 legde Frans Bruyninckx zich toe op het olieverfschilderen.
Voordien had hij zich jarenlang in de tekenkunst geoefend.
Door zijn aangeboren talent, zijn zin voor perfectie en zijn eindeloos geduld, groeide hij uit tot een volwaardige, gewaardeerde kunstenaar.
Frans kon, als autodidact, zijn persoonlijke artisticiteit trouw blijven en zich op de ingeslagen weg perfectioneren.
De resultaten waren schitterend.
Al vlug kreeg hij succes en volgden talloze opdrachten.
Ook op tentoonstellingen in o.a. Retie, Dessel, Arendonk, Langdorp enz. verwierf hij veel bijval.
Frans bleef trouw aan zijn grote liefde: de Kempen.
Onnoembaar in getal zijn de landschappen met verstilde vennen, uitgestrekte heiden, Kempense hoeven en schuren, oude monumenten van Retie en omgeving.
Ook de stillevens, minder in aantal, zijn meesterlijk geschilderd.
Met flink pasteuze verflagen, aangebracht met penseel of paletmes, bereikte hij een hoge intensiteit op zijn doeken.
Vooral het sfeervolle licht en het goedgekozen, heldere coloriet zijn kenmerkend voor het werk van Frans.

Zijn pentekeningen zijn alom gekend.
In menige woonkamer of inkomhal kun je ze nog aantreffen.
Ze zijn zorgvuldig getekend, meestal in Oost-Indische inkt, in fijne schakeringen tussen zwart en wit.
Juweeltjes.
De raak getekende portretten in Conté potlood zijn magistraal en vol expressie.


Josée en Frans trouwden in Retie op 3 juni 1958.



Frans, ten volle geconcentreerd, in actie in zijn atelier aan de Turnhoutsebaan.
Links aan de muur hangt een familiefoto.
Een stille getuigenis van zijn onwankelbare liefde voor de familie.


Als toemaatje kan ik nog vertellen dat Frans ook een hele resem andere vaardigheden bezat.
Zo maakte hij de lijsten rond zijn schilderijen en tekeningen meestal zelf.
Vele jaren heeft hij kerststallen gebouwd.
Het waren miniaturen van oude Kempense schuren, afgewerkt met wit besneeuwde daken.
Tante Mia (Maria Aarts) verkocht ze tijdens de kerstperiodes in haar winkel in de Peperstraat.
Klussen aan huis en in de tuin nam hij ook voor zijn rekening.
Later, als zijn kinderen het nest verlieten en aan ’t bouwen gingen, was Frans steevast van de partij.
Jarenlang heeft hij op aanvraag bouwplans getekend.
Op latere leeftijd kriebelde de beeldhouwlust in zijn vingers.
Frans begon aarzelend uit Ytongblokken sculpturen te kappen wat al vlug resulteerde in een reeks kunstige creaties.
Dan weer vond je hem aan de draaibank en was hij fijne houten kandelaars aan ’t draaien.
Kortom: Frans was een creatieve duizendpoot.
Hij kon veel en bracht de zaken die hij aanpakte altijd tot een goed einde.
Hoedje af voor zulke mensen.

Tot zover mijn postume huldegroet aan nonkel Frans Bruyninckx.
Samen met tante Sée (Josée) en hun vijf zonen Jef, Eddy, Rie, de tweeling Raf en Ris behoorde hij tot dat warme gezin waar ik altijd welkom was.
Frans blijf ik dankbaar voor de gemoedelijke, openhartige gesprekken die wij samen voerden en voor zijn wijze raadgevingen.

Hij overleed, veel te vroeg, op 5 oktober 2001.
Of, zoals de Engelsen zeggen: ‘Only the good die young’ (Enkel de goeden sterven jong).

Guy Aarts    


Vooraan v.l.n.r.: Rie, Frans en Josée.
Achteraan: Jef, Eddy, Raf en Ris.
Een foto genomen in 1991.