De naam Retie

In het oktobernummer jaargang 1737 van het tijdschrift 'Roelant' schrijft Edward Sneyers het volgende:
Bij besluit van de ministerraad van 11 juni wordt aan de openbare besturen opgelegd voortaan de moderne spelling van de Vlaamse gemeentenamen te gebruiken.
De verschillende schrijfvormen van de naam onzer gemeente: Rethie, Rethij, Reti, enz., worden vervangen door één officiële en Vlaamse schrijfwijze: Retie.

Er duiken inderdaad in de loop der eeuwen heel wat verschillende spellingen van 'Retie' in de archiefstukken op.
In 1264 luidt het 'in villa de rethie'.
Dezelfde schrijfwijze wordt gebruikt in een schepenbrief van 1362, maar op het wassen schepenzegel komt reeds 'retie' voor.
Ook op het zegel van een schepenbrief van 1417 lezen we 'retie', in de tekst zelf is de spelling 'rethij'.
Dan verdwijnt 'retie' zo goed als helemaal uit de archiefstukken.
De schrijfwijzen 'ret(h)ij (rethy), rethije, rethi(e), voeren de boventoon tot in de 20ste eeuw.

Dat de officiële spelling 'retie' niet bij iedereen in goede aarde viel, blijkt o.a. uit de opmerking van Baron du Four in zijn waarschijnlijk omstreeks 1942 uitgegeven brochure 'Le Village et la Seigneurie de Rethy': 'L'orthographe actuelle 'Retie', impose par le Ministre de l'Intrieur en 1931 (?), n'a aucune base scientifique, ni historique.'
(De huidige schrijfwijze 'retie' heeft geen enkele wetenschappelijke of historische basis.)
In zijn 'Bijdrage tot de Geschiedenis van Retie' (1948) geeft Sneyers een opsomming van voorgestelde verklaringen van de naam 'Retie'. Hij vermeldt Van Herdegom, die in 1650 schrijft: 'Rethij, sic dicto Belgice, a multis fluvialis et rivulis, vernacule Reeten, sive Reten, quibus in variis partes finditur ac distinguitur.'
(Rethij, op zijn Belgisch zo gezegd vanwege de vele riviertjes en beekjes, waardoor het in verscheidene delen wordt opgesplitst en verdeeld.)
De meeste verklaringen die in de volgende eeuwen uitgeprobeerd worden, zijn in essentie dezelfde.
Karel Bartel De Ridder, die in 1860 'Het Dorp Rethy' schrijft, stelt dat Retie van reth (spleet) en y (water) komt of water dat zich uit verschillende spleten vormt.
Een andere mogelijkheid is volgens hem 'rietwater'.
Ook Coveliers (1931), Mansion (1935) en Prims (1940) brengen 'ret(h)' in verband met reet, rijt, wat waterloop, beek betekent.
Coveliers splitst 'Rethie' in ret en hie, wat hem de mogelijkheid geeft de tweede lettergreep te verklaren als gehucht en het geheel als beekdorp.
Kreglinger ziet in Retie: rede of rode, wat gerooid bos betekent en hei.
Carnoy brengt in 1940 Retie in verband met 'retige', wat hij verklaart als heide.
Acht jaar later stelt hij dat de uitgang -ie in Retie, een ontwikkeling is van -iacum 'à l'époque latine-franque'.
'Le prototype est donc probablement ratiacum lequel peut provenir du celtique rate: rempart de terre, fortin.'
(De grondvorm is dus waarschijnlijk ratiacum, die kan komen van het Keltische rate: aarden wal, fortje.)
Roelandts (1944) stelt vast dat het Gallo-Romeinse achtervoegsel '-iacum' ook bij enkele Vlaamse namen gevolueerd is tot 'ium, ia'.
Roelandts stelt dan als grondvorm van Retie voor: Retium naast ouder Retiacum, uit de Latijnse persoonsnaam Retus, Rhetus.
Retie moet dus wel zeer oud zijn, aangezien de grondvorm van Gallo-Romeinse oorsprong is.
Voor die hoge ouderdom vindt Roelandts een argument in het 'Geschied- en Aardrijkskundig Woordenboek der Belgische Gemeenten' van De Seyn, die vermeldt dat er te Retie voor-Romeinse voorwerpen, tumuli en asurnen ontdekt zijn.

Retie zou dus het gebied aanduiden dat eens bezit was van een zekere Retus of Rhetus.
De Vries neemt in zijn 'Woordenboek der Noord- en Zuidnederlandse Plaatsnamen' (1962) deze verklaring over.

Tot slot is in deze bijdrage ook de volksetymologische verklaring van Retie op haar plaats.
In haar 'Onderzoek naar de sagenmotieven in Mol, Dessel, Retie' (1957) vermeldt G. Van Loock een aantal varianten van volgend mooi verhaal:

Lang geleden reed Sint-Martinus te paard door de lucht.
Sommige mensen in ons dorp bemerkten hem.
Anderen die te laat kwamen om het wonder te zien, vroegen ongelovig: 'Reed ie?'
Wel, daar heet het nog altijd Retie.
Verderop riep het volk: 'Houd hem!'
Dat gehucht kreeg de naam Houtem.
En waar paard en ruiter landden en Sint-Martinus er ging bij liggen om uit te rusten, ontstond de naam 'Lichtaart'.

Gust Adriaensen
Terug


Bibliografie:


A. Adriaensen, Toponymie van Retie, Leuven, 1965.
E. Sneyers, Bijdrage tot de Geschiedenis van Retie, Retie, 1948.
G. Van Loock, Onderzoek naar de sagenmotieven in Mol Dessel, Retie, Leuven, 1957.