Het Boesdijkhof

Elk dorp heeft wel een paar woningen die om de een of andere reden de belangstelling hebben van zowat de hele dorpsgemeenschap.
Ook in Retie zijn er zo, onder meer het ‘Boesdijkhof ’, dat achtereenvolgens een herenwoning en een rustoord was, gelegen ‘agter de hoven’.
‘Agter de hoven’ was de kadastrale benaming van het gebied tussen het huidige gemeentehuis, de Peperstraat, de Boesdijkhofstraat en de Kerkhofstraat.

De bouwer en eerste bewoner ervan was E.H. Andreas Carolus ‘Karel’ Verbruggen (Geel 1771-1851).
Verbruggen was van huis uit niet onbemiddeld.
Hij was namelijk een zoon van brouwer Egidius Verbruggen (Eppegem 1741 - Geel 1788), die in 1765 getrouwd was met de Geelse brouwersdochter Elisabeth Vanbroeckhoven (Geel 1734 - Geel 1786).
Egidius Verbruggen was de eigenaar van het aloude domein de Waaiburg (eerste vermelding in 1503), een omwaterde herendoening met hoeve, gelegen aan de Kameinestraat, op amper 200 meter van de Sint-Amandskerk.
Daar had hij ook zijn brouwerij en azijnstokerij.
Het gezin Verbruggen - Van Broeckhoven telde acht kinderen.
Dochter Maria Catharina trouwde met Godfried Mortelmans, brouwer in ‘Den Bonten Hannen’ te Oosterlo, en na diens overlijden met Petrus Josephus Van Goubergen.
De andere dochter, Catharina, huwde met de Geelse dokter Egidius Henricus Peeters van Oostaen.
Twee zoons, Andreas Franciscus en Andreas Carolus, kozen voor de priesterlijke staat.
Benedictus Amandus sloot zich aan bij het Boerenkrijgleger; hij sneuvelde in de slag van Herentals in 1798.
Dominicus, de jongste, ging door het leven als rentenier en grondeigenaar; zijn zoon en kleinzoon werden notaris te Geel (Roosendaelhof).
De oudste zoon, Frans Jacob, zette de brouwerij en azijnstokerij op de Waaiburg voort. (In 1883 werd daar het weeshuis opgericht; nu is dat een instelling voor bijzondere jeugdzorg.)

E.H. Karel Verbruggen was in 1812 vanuit Geel naar Retie gekomen om er het ambt van geestelijke koster in onze kerk waar te nemen.
Hij woonde eerst op de Markt (nr. 211, in 1829 werd dit 42).
Zijn huisgenoten waren o.a. Marinus Van Deyck uit Teteringen (Noord-Brabant), de onderkoster, die later vervangen werd door Joannes Liesenborgs (Webbekom 1800-1880), en zijn ongehuwd nichtje Rosalie ‘Roos’ Van Goubergen (Oosterlo-Geel 1803-1832), een wees.
In het dorp heette zij Roos Verbruggen, naar de naam van haar moeder.
Nu nog worden er jaarlijks missen opgedragen voor deze Roos Van Goubergen.
Van haar stiefbroer E.H. Egied Frans Mortelmans (Oosterlo 1794 - Tremelo 1830) erfde Roos Van Goubergen ‘Den Bonten Hannen’, de bekende boerderij en afspanning met brouwerij en stokerij te Oosterlo.
Een paar weken voor haar overlijden legateerde zij die eigendom aan Moeder Antonia van de zusters franciscanessen te Retie om er een nieuw klooster op te richten.
Begin 1833 kon Sint-Mariadal in Oosterlo al in gebruik genomen worden.
Het werd een bloeiende kostschool voor meisjes (Val-Sainte-Marie!), later nog uitgebreid met een landelijke huishoudschool en melkerijschool.
In 1962 werd de school omgevormd tot Medisch-Pedagogisch Instituut Maria Hulp der Christenen, later MPI-Oosterlo.


Het imposante herenhuis en een detail van de bijhorende lusttuin.
Links zijn de daken van boerderij Den Dries te zien.

Rond 1845 liet priester Verbruggen zich ‘op den dries’ een voor die tijd mooie herenwoning bouwen.
Pas in 1914 kreeg dit huis de naam ‘Boesdijkhof ’.
In 1847 verhuisde E.H. Verbruggen van de Markt naar zijn nieuwe woning ‘in den Dries’ (toen Boesdijk 41).
Hij overleed hier op 7 februari 1851.

In het Algemeen Aankondigingsblad van Turnhout van 22 mei 1841 lezen we: ‘In den nacht van woensdag tot donderdag hebben zich eenige kwaaddoeners aangeboden aan de wooning van den eerw. Heer Verbruggen, geestelijke koster te Rethy, van welke zij eene som van 250 franken hebben geeyscht, doch door het herhaald geroep brand! is het die geestelijke mogen gelukken de booswichten op de vlugt te drijven.’

In 1850 kwam E.H. Joannes ‘Jan’ Grietens (Balen 1815-1858) vanuit Haren bij Brussel als onderpastoor naar Retie.
Samen met zijn moeder-weduwe Elisabeth Huysmans (Meerhout 1786 - Meerhout 1867) nam hij zijn intrek op het Boesdijkhof.
Hij woonde er tot aan zijn dood.
Jan was de zoon van herbergier Trudo Grietens (Meerhout 1782 - Meerhout 1848), in 1808 gehuwd met Elisabeth Huysmans.
Zijn moeder verhuisde op 25 november 1858 terug naar Meerhout.

Op 27 juli 1858 kwam dokter Petrus Josephus Van de Velde (Boom 1832-1882) op het Boesdijkhof, samen met zijn vrouw Godeliva Pouscet (Oud-Heverlee 1834 - Tienen 1911).
Later woonde het gezin in de Peperstraat nr. 11, nu hotel Tilia.

In 1860 werd de woning verkocht aan Charles Kinkin, beheerder van de domeinen van koning Leopold I en wonende te Elsene bij Brussel.
Het was deze Kinkin die in 1852 met ons gemeentebestuur onderhandelde voor de aankoop van het koninklijk domein in de Retiese Aart, koop die in 1853 gesloten werd.
In 1864 liet Kinkin aan het Boesdijkhof heel wat veranderingen aanbrengen en hij maakte er een herenhuis met lusttuin van.
De prinsen Leopold (later Leopold II) en Filips (graaf van Vlaanderen), samen met prinses Charlotte, kwamen hier meer dan eens met vakantie.(1)
In 1885 werd Henri Quakkelaar (°Rozendaal - Nederland 1829) de nieuwe eigenaar.
Hij kwam van Turnhout en was gehuwd met Catharina Gielisse (°Eindhoven 1835).
Henri Quakkelaar wordt in het bevolkingsregister vermeld als rentenier.
In de volksmond werd hij ‘den apotheker’ genoemd, maar bij de boeren stond hij bekend als een ervaren dierenarts.
Zo ontving het gemeentebestuur op 10 juni 1893 van het Bestuur van het Landbouwfonds der provincie Antwerpen volgend schrijven:(i) ‘De bestuursraad van het Landbouwfonds verlangt de proef te doen van een geneesmiddel tegen kalfkoorts, kool- en pokziekte, uitgevonden door mijnheer Quakkelaar, eigenaar te Rethy, en dat reeds volgens bekomen inlichtingen goede uitslagen gegeven heeft.
Wij verzoeken U dus, Mijnheeren, de veehouders uwer gemeente aan te zetten om dien Heer de ongevallen dier ziekten, welke in hun stallen zouden voorkomen, bekend te maken.
Aanvaardt, Mijnheeren, de verzekering van hoogachting.’
De Secretaris De Voorzitter (getekend maar onleesbaar) getekend: Aug. Reypen(/i)

Op 8 juli 1894 vertrok de familie Quakkelaar naar Antwerpen, Roodestraat, 15 (Paardenmarkt).
Het gezin Quakkelaar-Gielisse telde twee zonen:
- 1. Josephus (Rotterdam 1858 - Postel-Mol 1936): hij was sinds 1881 norbertijn in de abdij van Postel en werd er priester gewijd op 21 maart 1885.
Zijn kloosternaam was Theophilus.
Op 2 augustus 1889 werd hij rector bij de fraters Alexianen te Bouchout en op 13 juni 1890 rector bij de dames van de H. Juliana te Antwerpen.
In 1913 werd hij onderpastoor in de St.-Augustinusparochie te Antwerpen.
Op 14 juni 1927 keerde hij terug naar de abdij van Postel, waar hij op 24 maart 1936 overleed.
- 2. Alphonsus Joannes Cornelius (Antwerpen 1864 - Sint-Truiden 1926), halfbroer van Josephus: hij was sinds 1885 norbertijn in de abdij van Postel en werd er priester gewijd op 16 maart 1889.
Zijn kloosternaam was Godefridus.
Hij was van 6 oktober 1890 tot 4 februari 1891 coadjutor bij een zieke pastoor te Hove en vanaf 8 november 1892 professor H. Schrift.
Later, vanaf 26 december 1892, was hij supprior en bibliothecaris van de abdij in Postel.
In september 1895 werd hij coadjutor in Freesen (bisdom Luik) en in 1896 onderpastoor in Zonhoven.
In 1905 werd hij pastoor in Neer-Repen (Tongeren) en op 8 december 1910 pastoor van de Sint-Martinusparochie te Sint-Truiden.
Daar overleed hij op 7 september 1926.


Het bidprentje van Jozef Sanctorum.

In 1895 kocht Joseph Sanctorum (Westerlo 1846-1913) het herenhuis in den Dries.
Rentenier Sanctorum kwam in 1894 vanuit Tilburg naar Retie en was ongehuwd.
Hij was de oudste zoon van Joseph Borromeus Sanctorum (Menen 1809 - Aarschot 1851) en van Maria Theresia Anna Van de Sande (Tilburg 1821 - Tilburg 1851).
Zijn jongere broer Emilius ‘Emiel’ Dionisius Maria Gertrudis (Westerlo 1848 - ’s-Hertogenbosch 1909) was pastoor van St.-Paulus te ’s-Hertogenbosch.
Joseph Sanctorum was een kozijn van huidenvetter Karel Van den Eynde (1839-1926), gehuwd met Zjoke Devel (Schoonbroek-Turnhout 1838-1906).
Sanctorum stond bekend als een vroom en dienstvaardig man.
Aan onze Sint-Martinuskerk schonk hij de zilveren lichtkroon die in het hoogkoor hing.
Voor de schutters van Sint-Bastiaan vertaalde hij de eeuwenoude en moeilijk te ontcijferen gildekaart.
Volgens mijn grootmoeder Zjelie Raeymaekers-Verbist (1887 - Malle 1986) werd Sanctorum gedeeltelijk verlamd ten gevolge van een beroerte.
Daarna werd hij door zijn trouwe meid (huishoudster) Mie Paeshuyse in een sierlijk ezelswagentje rondgereden.
Hij overleed op 1 september 1913.

In 1914 werd het Boesdijkhof aangekocht door aannemer en verzekeraar Jozef Lathouwers (1860 - Antwerpen 1948).
Op dat ogenblik woonde die te Antwerpen, Rolwagenstraat 98, wat ook zijn tweede woonst bleef.
Lathouwers was een geboren Retienaar.
In het dorp noemde men hem ‘Kris’ (= Cristiaan), naar de naam van zijn vader-timmerman (°Achel 1823), gehuwd met dienstmeid Anna Catharina Dams (°1827).
De oude Christiaan, die in de Goorstraat woonde, moet een bekende dorpsfiguur geweest zijn, want toen de onderpastoor uit die tijd in de catechismusles eens vroeg: ‘Waar is Christus nu?’, antwoorde een van de knapen prompt: ‘In de Goorstraat aan ’t staldeuren maken.’
Die brave jongen meende dat de onderpastoor het over Kris de timmerman had!
Jozef Lathouwers was getrouwd met Elisabeth Vanderselen (°Lommel 1863).
Als aannemer bouwde hij de prachtige woonst van Jef Slegers alias de Zot Slegers in de Kloosterstraat 19, de douanierskazerne aan Brug 2 (nu Postel ter Heyde) en de Zustersschool en klooster te Dessel.
Het is dan ook niet te verwonderen dat hij het Boesdijkhof ombouwde en verfraaide en het inrichtte tot een mooie en gezellige herenwoonst.
Toen in 1917 in Retie een commissie tot stand kwam voor het opmaken van een algemeen plan tot verfraaiing, verbetering en verbreding van de wegen, was Jozef Lathouwers de grote bezieler ervan.
Dat blijkt uit de door zijn toedoen gedrukte kaartplans van ons dorp met de daarbij horende toelichtingen.
In 1929 verkocht Lathouwers het Boesdijkhof en hij keerde terug naar Antwerpen, waar hij in 1948 stierf.



De inkomhal van het Boesdijkhof.
Het plafond werd verfraaid met stijlvol stucwerk.
Rechts zien we een monumentale staande klok.

Het Boesdijkhof werd in 1929 eigendom van een Antwerpse vereniging zonder winstgevend doel ‘Maison de repos et de convalescence pour institutrices’ (herstellende onderwijzeressen).
In 1930 werd de herenwoning een rustoord.
Ingevolge een akte van schenking op 25 oktober 1948 door een Vereniging zonder Winstgevend Doel in vereffening ‘Maison de repos…’ werd de VZWD (vereniging zonder winstgevend doel) Féderation des Foyers Belges de la Young Women’s Christian Association (YWCA) met maatschappelijke zetel te Brussel en opgericht in 1926, de nieuwe eigenaar.
De YWCA is een liefdadig werk dat in 1855 te Londen gesticht werd met het oog op het hulp en steun verlenen aan alleenstaande jonge vrouwen.
Het Boesdijkhof werd weer eens heringericht en uitgebreid.

Uit het Rijk der Vrouw, september 1955: ‘Y.W.C.A. ontstond in 1855 in een armoedige, mistige voorstad van Londen.
De vereniging begon met 15 meisjes en reeds in 1955 telde de vereniging wereldwijd meer dan 2 miljoen leden.
Het oorspronkelijk doel was: een gelegenheid creëren om een kop thee te drinken of ontspanning, steun en troost in haar stoffelijke moeilijkheden te vinden.
De leden, van 16 tot 25 jaar, droegen een zwarte serge rok, een sjaal en een stijve hoed.
In 1955 waren in België tehuizen in Brussel, Antwerpen, Gent, Luik en Charleroi voor meisjes van 7 tot 35 jaar.
Het rusthuis in de Kempen, hier Retie, is het hele jaar toegankelijk.’
Op 18 oktober 1968 - het Boesdijkhof was toen verhuurd aan aannemer R. Sabbe van Staden (West-Vlaanderen) - verkocht YWCA de eigendom, ‘begrijpende gebouwen en gronden (52a 12ca) gestaan en gelegen Boesdijkstraat nr. 8’, voor 2.000.000 frank aan de gemeente Retie (akte notaris G. Van Ussel, Retie).

De pronte dame op de prentkaart is hoogstwaarschijnlijk Elisabeth Vanderselen, echtgenote van Jozef Lathouwers.
Foto uit de jaren 1920.


YWCA was vertegenwoordigd door de dames Jenny Carbonelle (voorzitster), Anna Delange (penningmeester) en Christiane Dethion (lid van het uitvoerend comité); de gemeente Retie door burgemeester Jos Van Looy, de schepenen Gilbert Van den Eynde en Karel Vos, gemeentesecretaris Jozef Graulus en de gewestelijke ontvanger Jozef Lenaerts.
De aankoop gebeurde ‘met het oog op de inrichting van een jeugdcentrum aansluitend met de uitbreiding van de gemeenteschool’.
Op de zitting van de gemeenteraad van 25 september 1970 werd de oorspronkelijke bedoeling herzien en wilde men van het aangekochte Boesdijkhof een cultuurcentrum maken.
Hiervoor moesten er echter heel wat restauratie- en verbouwingswerken uitgevoerd worden.
Dat stuitte evenwel op een negatief advies van provinciaal architect Van de Velde, die de geplande werken onverantwoord vond (februari 1971).
Rekening houdend met dit advies werd besloten definitief af te zien van de verbouwing en over te gaan tot het slopen van de gebouwen.
De slopingswerken (slopen en opruimen) werden op 13 augustus 1971 toegekend aan Staf Breugelmans van de Kapelstraat mits de prijs van 20.000 frank.


Bronnen:
- Bevolkingsregisters.
- Losse notities van wijlen inspecteur E. Sneyers.
- Stamboom familie Van den Eynde.
- Mondelinge gegevens opgetekend bij oudere Retienaren.
- Louis Luyten (Geel), Jos Sterckx (Meerhout) en Gust Van Deun.
- Pater Ivo, archivaris norbertijnenabdij Postel.


Koen Mertens    

E. Sneyers: Bijdrage tot de geschiedenis van Retie, voetnoot 85, p. 296