Klik op de blauwe woorden = (dialect) Het Retiese dialect Woorden in groen = Algemeen nederlands

De Spreukenroute     



Wat is een dialect?

Kort gezegd: een streektaal die in belangrijke mate afwijkt van de algemene taal.
Die verschillen hebben betrekking op de woordenschat.
Denk maar aan het weliswaar zo goed als uitgestorven fli?etêr voor vlinder.
Ook klanken kenmerken een dialect.
In Retie wordt huis als hojs uitgesproken.
Zelfs binnen de grenzen van onze gemeente waren en zijn er verschillen in uitspraak.
Zout bv. hoor je zeit uitspreken, in andere delen van de gemeente klinkt het als zaut.
In Werbeek en Hodonk, wellicht ook in andere gehuchten, werden bepaalde klanken gevolgd door een naslag die ik weergeef door wie (bv. hei hawie). In andere delen van de gemeente komt deze naslag niet voor.
Spraakkundige verschillen, zowel in vormen als in zinsstructuren, zijn er eveneens bij de vleet, bv. ik zèn in plaats van ik ben.
Tenslotte is er het onderscheid in intonatie.

Dialectgroepen

Het Reties vormt natuurlijk geen dialecteiland.
Het vertoont veel overeenkomst met de dialecten van een groot gebied dat historisch gezien grosso modo binnen de grenzen van het vroegere hertogdom Brabant valt en nu de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Noord-Brabant in Nederland bestrijkt.
We spreken dus een Brabants dialect evenals de Diestenaar of de Eindhovenaar.

Evolutie

De laatste decennia is er door allerlei invloeden (onderwijs, media, mobiliteit, migratie) een sterke toename van het gebruik van het algemeen Nederlands en een grote nivellering van de dialecten.
Als ze aandachtig naar hun ouders of grootouders luisteren, zullen jonge mensen zonder moeite klanken, woorden, uitdrukkingen horen die zij niet meer of nauwelijks nog gebruiken in hun dialect.
De aandacht van de dialectonderzoekers gaat bijna vanzelfsprekend naar die oudere, zeldzame dialectwoorden en uitdrukkingen alhoewel het Reties-van-nu ook wel boeiend taalmateriaal kan opleveren.

Het Reties

De aandacht zal in deze rubriek uitsluitend naar woordenschat, uitdrukkingen en spreekwoorden gaan.
In deze inleiding toch even aandacht voor enkele klankverschijnselen die in de streek als kenmerkend voor het Reties worden aangevoeld.
Het meest opvallende is ongetwijfeld de zgn. glottisslag of stembandploffer, ook omdat deze klankeigenaardigheid in onze streek hoofdzakelijk in Retie voorkomt.
Het is het vervangen van een k of t binnen een woord door een sterk ingezette, ploffende klank die diep in de keel, in het strottenhoofd waar zich de stembanden bevinden, wordt gerealiseerd.
Retienaars zeggen dus niet retie maar re?ie, niet bakken maar ba?en, niet sjotten maar sjo?en.
Een ander, weliswaar ruimer verspreid verschijnsel, is het grotendeels inslikken van een onbeklemtoonde eindlettergreep.
Wat overblijft is een verzwakte voorafgaande medeklinker en een sterk door de neus uitgesproken of genasaleerde klank.
Denk maar aan maanden, meulen.
Verlenging onder invloed van vooral st, ns, rs en cht komt zeer vaak voor: gast wordt gâst uitgesproken, kans klinkt als kâns, dwars als dwèès, gracht als grâcht.
Tenslotte is er de inschakeling van een j voor de lettergreep aar gevolgd door een t of d: stjèt voor staart, paard wordt pjèèd uitgesproken, maart mjèèt.

Weergave

Het schriftelijk weergeven van taalklanken is een hachelijke onderneming.
Ons alfabet bestaat uit 26 letters.
Vier daarvan, c-q-x-y, staan dan nog voor klanken die door andere letters worden uitgedrukt.
Uiteraard gebruiken we bij het spreken veel meer klanken.
Door scholing en overeenkomst ontstaan er ondanks dat beperkte letterarsenaal weinig problemen voor het algemeen Nederlands.
Voor het dialect is dat een ander paar mouwen.
Om gesproken taal zo nauwkeurig mogelijk weer te geven wordt gebruik gemaakt van fonetisch schrift, dat over veel meer tekens beschikt dan het alfabet.
Voor deze rubriek echter behelp ik mij met de in 1999 ontworpen Referentiespelling voor de Brabantse dialecten.
De uitspraak in de algemene taal van een reeks woorden zoals putje, potje, poortje, paadje, paardje, pootje schept geen problemen.
Vertaling in het Reties blijft bij proberen.
Een benaderende weergave is dan: pujen, pùjen , pojen, pèjen, pjèjen, pjùjen .


Met dank aan Gust Adriaensen.